Het frequentieplan 2018 van de Vlaamse Gemeenschap
30 november 2007 - Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media
Op 30 november 2007 wordt een strategische adviesraad opgericht die de naam "Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media" die tot taak heeft het Vlaams Parlement, de Vlaamse Regering of de individuele ministers te adviseren over strategische beleidsaangelegenheden. Eén van de 19 leden is Marc Peersmans van Hit FM om het radiolandschap in zijn totaliteit te vertegenwoordigen. Marc Peersmans is ook één van de stichters van de Vlaamse Radiovereniging, een vereniging waar enkel radionetwerken Club FM, Family Radio, Topradio lid van zijn.

De onafhankelijke lokale radio-omroepen meldden dat zeonvoldoende worden gehoord en steeds in de schaduw blijven van de grote radionetwerken. Zij vinden ook dat ze niet genoeg betrokken worden bij het onderzoek en dat de vertegenwoordigers van de lokale radio's in de Strategische Adviesraad Media, die zetelen op voordracht van de Vlaamse Radiovereniging, onvoldoende in hun naam spreken. De onafhankelijke lokale radio's erkennen dat deze ondervertegenwoordiging in het debat ten dele toe te schrijven is aan
het feit dat zij niet zijn verenigd in een orgaan dat hun belangen behartigt.

Vergadering commissie CJSM - 04/06/2013

2013 - De KPMG studie
Het kabinet van toenmalig Vlaams minister van Media Ingrid Lieten liet door het doorlichtingsbureau KPMG een studie opstellen die moet leiden tot een hertekening van het FM-landschap tegen 2016. Het was een adviesopdracht met betrekking tot een behoefte- en marktanalyse van het Vlaamse radiolandschap. Bedoeling was het medialandschap te verkennen en de stakeholders te bevragen naar hun verwachtingen en behoeften, en vervolgens aanbevelingen te formuleren voor het beleid om strategische keuzes te maken. Daarmee werd rekening gehouden met de wensen van de luisteraars en met de economische leefbaarheid van omroepen. De studie zou moeten aangeven hoe de FM-frequenties moeten uitgereikt worden en voor wie op andere distributiewijzen dan FM moet ingezet worden.

Behoefte en marktanalyse Vlaamse radiolandschap KPMG 2013

23 april 2014 - De gemeenschapsradio's en netwerkradio's
In haar laatsteplenaire marathon keurde het Vlaams parlement op 23 april 2014 met een grotemeerderheid van 70 tegen 29 een aantal amendementen van het Mediadecreet goeddie onder andere een apart statuut creëren voor
gemeenschapsradio’s. Gemeenschapsradio’s onderscheiden zich van andere privateradio-omroepen door hun lokale inbedding, hun eigenzinnige programmatie, en hunniet-commercieel karakter. Met de stemming geeft Vlaanderen gevolg aan eenresolutie van het Europees Parlement van 2008, waarin wordt gevraagd omgemeenschapsradio’s te ondersteunen.

Radio Scorpio en Radio Centraal, Vlaanderen’s laatste onafhankelijke,reclame-vrije radio’s, zijn verheugd met het initiatief. In juni 2011 allanceerden zij een oproep om in Vlaanderen, net zoals begin 2009 al in Walloniëgebeurde, de Europese aanbevelingen in de praktijk om te zetten door hetcreëren van een eigen statuut voor gemeenschapsradio's.

De erkenning van gemeenschapsradio’s en andere aanpassingen aan hetMediadecreet die nu gestemd werden, waaronder een strenger toezicht opketenvorming, zijn stappen in de goede richting om de verschraling van hetradiolandschap tegen te gaan.
Radio Scorpio en Radio Centraal hopen dat hetbeleid in de volgende legislatuur op het gevonden elan verder gaat door dehandel in frequenties te bannen, de oneigenlijke toekenning van lokale frequentiesaan ketens tegen te gaan, de Regulator te versterken, en zo de opstart vanlokale radio-initiatieven met toegevoegde waarde opnieuw mogelijk te maken.

Tijdens de plenaire zitting werd ook het voorstel van wijziging van het mediadecreet voorgelegd m.b.t. artikel 146. Concreet komt het erop neer dat onafhankelijke lokale radiozenders een toetreding tot een samenwerkingsverband niet meer enkel dienen te melden aan de Vlaamse Regulator voor de Media, maar hiervoor de expliciete goedkeuring moeten hebben van de Vlaamse Regering. Degenen die reeds in een samenwerkingsverband zitten hoeven niets te vrezen, omdat de beslissing niet met terugwerkende kracht werkt.

10 juni 2014 - Advies van de Sectorraad Media
De studie van KPMG werd voorgelegd aan de Strategische Adviesraad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media (SARC) - Sectorraad Media. Op basis van de studie werd onderstaand advies uitgebracht.

De sectorraad blijft de plaats van vrijwilligers erkennen maar vraagt dat voor wat radio op de FM-band betreftde ondersteuning en het werk van deze vrijwilligers op een professionele manier gebeurt. Bij het vaststellen van de erkenningsvoorwaarden en bij de beoordeling en opvolging van de aanvragen dienst de Vlaamse Regering hiermee rekening te houden.

De sectorraad is er niet van overtuigd dat voor gemeenschapsradio's een apart statuut moet worden voorzien wanneer de doelstellingen ervan ook door onafhankelijke radio's kunnen worden igevuld. Het is volgens de raad ook onduidelijk hoe gemeenschapsradio's economisch leefbaar kunnen zijn als zij niet door de overheid worden gefinancierd, maar tegelijk zonder commercieel of geldelijk winstoogmerk moeten opereren.

Wat betreft de specifieke doelgroepenradio is het volgens de raad niet opportuun een aparte categorie te erkennen gezien de schaarste op de FM-band. Om die reden wordt een oprichting van een jongerenzender afgewezen omdat een dergelijke zender een landelijke frequentie zou moeten hebben, hetgeen volgens de Sectorraad weinig haalbaar is.

Verder vraagt de raad om criteria en erkenningsvoorwaarden toe te voegen zoals het invoeren van een criterium inzake radio-ervaring, het voorleggen van een businessplan en een verstrenging van de mogelijkheid om vergunningen te verhandelen. Ook wordt gepleten om de ontkoppelingen te monitoren bijlokale radio's die samenwerken met een netwerk.

Er wordt ook gevraagd om onder andere te vragen aan de zenders om Belgisch en Nederlandstalig werk te programmeren zonder een quota op te leggen, om naar diversiteit te streven van de formats en toezicht te houden op de naleving van het dossier.

Advies Sectorraad Media

25 juli 2014 - Sven Gatz Vlaams minister van Cultuur, Jeugd, Media en Brussel
Sven GatzOp 25 juli werd Sven Gatz (Open VLD) minister van Cultuur, Jeugd, Media en Brussel onder de Vlaamse Regering Bourgeois I. Hij hoopt in 2025 de analoge radio-uitzendingen via FM te kunnen uitschakelen in Vlaanderen. Hij deed deze uitspraak tijdens de start van DAB+ uitzendingen van Club FM, Radio FG, Family Radio, Radio Maria, Radio Stad, VBRO en Top Radio in Brussel.

In 2017 zullen de FM-frequenties van de commerciële radiozenders in Vlaanderen worden herverdeeld. De voorbereidingen hiervoor beginnen in 2016. Minister Gatz gaat bij deze herverdeling wel een voorwaarde voor digitalisering opnemen. Wie in 2017 een nieuwe FM-radiolicentie wil verwerven, zal eerst moeten beloven om te investeren in DAB+.

Op 9 juni 2015 kondigt de overkoepelende vzw Vlaams-Brusselse Media dat radiozender FM Brussel zou ophouden op 30 juni 2015. Op 10 juni 2015 verkondigt Sven Gatz in talrijke interviews dat hij achter de beslissing staat van de vzw. Er kwam zoveel reactie uit alle mogelijke hoeken dat minister Gatz de dag daarna het geweer van schouder verandert. Op 11 juni geeft hij samen met minister Pascal Smets een persconferentie waarin hij verklaart dat hij had gevraagd aan de raad van bestuur de hele hervorming van de Vlaams-Brusselse Media te onderzoeken samen met de medewerkers in welke vorm de radio verder kan blijven bestaan.

DAB - DAB+
De regering maakt nu toch werk om DAB+ te promoten. DAB en DAB+ wordt voorgesteld als de toekomst van radio, maar dat is het intussen al dertig jaar. De technologie werd voor het eerst gedemonstreerd in 1985. Toen was er nog geen sprake van internet of van gsm’s.

Norkring beheert de DAB/DAB+-uitzendingen in België. Recent werd een promotiecampagne gelanceerd. Om het signaal van een radio nationaal te verspreiden vroeg Norkring 120.000€/jaar. Om enkel in Brussel en omgeving op DAB+ te worden opgenomen bedroeg de promoprijs 18.000€/jaar. Club FM, Radio FG, Family Radio, Radio Maria, Radio Stad, VBRO en Top Radio gingen blijkbaar in op dit aanbod.


Promotie DAB+ op Topradio.be

vrijdag 28 oktober 2016: landelijke radio-omroeporganisaties worden verplicht om op termijn digitaal (DAB+) uit te zenden. Hun erkenningen in FM worden voor vier jaar verlengd tot 2021.

Op weg naar het frequentieplan 2018
Eind oktober 2016 heeft de Vlaamse regering het decreet houdende wijzigingen van diverse bepalingen van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie goedgekeurd. Het nieuwe decreet is gebaseerd op het decreet van 2009 en vermeldt welke artikelen zijn aangepast, toegevoegd of zijn weggelaten.
In het kort wordt in het nieuwe decreet netwerkradio-omroeporganisaties gedefinieerd. Het brengen van gemeenschappelijke programma’s op lokale omroepen zal niet meer mogelijk zijn. Topradio, Club FM, Family Radio en andere initiatieven zullen zich moeten kandidaat stellen voor een netwerkradio-organisatie als ze nog op meerdere frequenties hun programma’s simultaan willen uitzenden.

Bekijk hier het origineel decreet van 2009: decreet betreffende radio-omroep en televisie van 27 maart 2009 (pdf)
Bekijk hier het decreet van 2009 aangepast tot 01 augustus 2016: decreet betreffende radio-omroep en televisie van 27 maart 2009 aangepast tot 1 augustus 2016
Bekijk hier het voorontwerp van decreet dat het decreet van 27 maart 2009 wijzigt: Voorontwerp van decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie, wat betreft de radio-omroeporganisaties

Hier is een overzicht van de belangrijkste punten gevolgd door een toelichting.

Art. 143. De regionale radio-omroeporganisaties kunnen onafhankelijk of binnen een samenwerkingsverband met andere regionale radio-omroeporganisaties opereren.

Het nieuwe decreet spreekt nog steeds van regionale omroepen. Momenteel maakt Radio Nostalgie gebruik van de regionale frequenties om een gemeenschappelijk programma te brengen. Waarom de categorie regionale radio-omroeporganisaties niet werd geschrapt in het decreet is de reden juridisch-technisch van aard en wordt toegelicht in het document.

Het samenwerkingsverband van de regionale radio’s is door de Vlaamse Regering nooit officieel erkend als landelijke radio-omroeporganisatie. De samenwerking van de regionale omroepen leidde dus niet tot een nieuwe erkenning als landelijke radio-omroep – zoals artikel 143 lid 3 bepaalt – maar ze worden de facto beschouwd als een landelijke radio beschouwd op basis van artikel 143 lid 2.

Als men de bepalingen rond de regionale radio-omroepen zou opheffen, dan zou ook artikel 143 opgeheven worden dat de samengevoegde regionale radio’s het statuut van landelijke radio geeft. Stel dat men die bepaling wel laat staan en de andere bepalingen schrapt, dan is die bepaling quasi zonder voorwerp omdat alle andere bepalingen rond de regionale omroepen ook opgeheven zijn. Een samenwerkingsverband van regionale omroepen bestempelen als landelijke omroep zonder dat er in het decreet nog sprake is van regionale omroepen zou dan ook zeer bevreemdend zijn.

Het opheffen van de bepalingen van de regionale radio’s (incl. 143) zou moeten inhouden dat de Vlaamse Regering de facto (voorals-)nog een erkenning moet geven of geeft aan het nu bestaande samenwerkingsverband van alle regionale omroepen, terwijl dit op basis van artikel 143, lid 3 in het verleden nooit gebeurd is.

Een ander element is dat er in het verleden sprake is geweest van een objectieve erkenningsronde waarbij 5 spelers een erkenning gekregen hebben. Deze erkenningen werden verkregen op basis van frequentiepakketten zoals die opgenomen zijn in het frequentieplan van 1/9/2006.

De bepalingen van de regionale radio’s opheffen houdt in dat ook de bepalingen van dat frequentieplan worden genegeerd. Virtueel komen de oude erkenningen dan te vervallen en dus zou ook de wijziging in statuut van samengevoegde regionale naar landelijke komen te vervallen of op zijn minst betwistbaar zijn. Anders ging het geweest zijn moest natuurlijk de Vlaamse Regering conform artikel 143 lid 3 wel expliciet het samenwerkingsverband als nieuwe landelijke zou erkend hebben, maar dit is nooit gebeurd.

De decretale afschaffing van de regionale omroepen zou ook tot gevolg hebben dat de uitvoeringsbesluiten allemaal aangepast zouden moeten worden.

Tenslotte – bij gebrek aan eigenlijke erkenning als landelijke radio-omroeporganisatie – bestaat ook virtueel de mogelijkheid dat aan dit samenwerkingsverband een einde kan komen, waardoor de bepalingen over de regionale radio-omroeporganisaties komen te herleven en dus moeten blijven bestaan.

Samenvattend: het feit dat het samengaan van de 5 regionale omroepen ‘van rechtswege’ een landelijke radio-omroeporganisatie is zonder ooit als zodanig te zijn erkend, houdt in dat de bepalingen rond de regionale omroeporganisaties de facto moeten blijven bestaan, en dit zowel in het decreet als in de uitvoeringsbesluiten.

Concluderend wordt gesteld dat het advies van de sectorraad Media bijgevolg geen aanpassing van de principieel goedgekeurde tekst van het decreet behoefde. Enkel de memorie werd verduidelijkt op het gebied van gestructureerde eenvormigheid in het programmabeleid.

Artikel 134/1 werd ingevoegd en luidt als volgt:

Het uitzenden van radioprogramma’s, ongeacht de duur of het tijdstip, door een landelijke, regionale, netwerk- of lokale radio-omroeporganisatie die identiek zijn aan radioprogramma’s van de radio-omroep van de Vlaamse Gemeenschap of van andere landelijke, regionale, netwerk- en lokale radio-omroeporganisaties is verboden.

Momenteel zijn er samenwerkingsakkoorden tussen lokale radio’s. Lokale radio’s die nog wensen samen te werken zullen zich kandidaat moeten stellen voor een netwerkradio.
Indien in het nieuwe frequentieplan terug regionale pakketten beschikbaar zijn, is in principe een samenwerking tussen de regionale radio’s waarbij identieke programma’s gelijktijdig worden uitgezonden niet meer mogelijk.

Het is wel toegestaan dat landelijke, regionale, netwerk- en lokale omroeporganisaties in hetzelfde omroepprogramma ontkoppelde radioreclame te brengen.

Artikel 143/2 werd ingevoegd, dat luidt als volgt:

De netwerkradio-omroeporganisaties hebben tot taak binnen het aan hen toegewezen verzorgingsgebied een programma-aanbod te brengen dat is opgebouwd uit luistertijd rond een van de volgende thema’s, profielen of aanbod:
1° een generalistisch profiel of muziekaanbod, met inbegrip van het brengen
van journaals en informatie;
2° een Nederlandstalig en Vlaams profiel of muziekaanbod;
3° andere profielen of muziekaanbod.
De Vlaamse Regering erkent ten minste één netwerkradio-omroeporganisatie waarvan het programma-aanbod is opgebouwd rond een Nederlandstalig en Vlaams profiel of muziekaanbod.”.

Rechtstreekse of onrechtstreekse bindingen tussen netwerkradio-omroeporganisaties
leiden er niet toe dat een onderneming of rechtspersoon zeggenschap uitoefent over meer dan twee netwerkradio-omroeporganisaties. Rechtstreekse of onrechtstreekse bindingen tussen netwerkradio-omroeporganisaties en landelijke radio-omroeporganisaties leiden er niet toe dat een onderneming of rechtspersoon zeggenschap uitoefent over meer dan één netwerkradio-omroeporganisatie en één landelijke radio-omroeporganisatie;

De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de indiening van de erkenningsaanvragen en de termijnen voor het onderzoek en de afhandeling van het dossier.

v