De geschiedenis van de Belgische radio: de eerste radiozenders.

In 2014 bestond de radio in België 100 jaar. Het was dus inderdaad op de vooravond van de eerste wereldoorlog dat voor het eerst een radiouitzending met muziek en gesproken berichten voor een handvol luisteraars werd uitgezonden.

De eerste radiozenders in België up
Robert GoldschmidtIn 1908 was ingenieur Robert Bénédict Goldschmidt (foto) reeds bezig met radiotransmissies. Om dit te verwezenlijken, construeerde hij een gigantisch antenneweb op het Justitiepaleis te Brussel. Het was toen de meest imposante antenneconstructie. De foto hieronder spreekt boekdelen. Er werden signalen gestuurd naar Tervuren, Namen en Luik.

In 1913 gingen dan de eerste proefuitzendingen met spraak en muziek de lucht in. De experimenten vonden plaats in een bijgebouw van de koninklijke tuin dichtbij de Van Praetbrug te Laken. De Italiaanse ingenieur Marzi bouwde een experimentele radiofonische lange golf zender van 2kW. De uitzendingen werden in de lucht gestuurd via de frequentie 165 kHz. Justitiepaleis BrusselOok de antenne-installatie was indrukwekkend. Er stonden acht pylonen die ieder 125 meter hoog waren.

Toch zou het nog tot de lente van 1914 duren vooraleer Koning Albert I ook een radio-ontvanger liet installeren. De allereerste uitzending kwam er op 28 maart 1914 om 20:30. Toen werd een concert, dat begon met een aria uit Tosca, uitgezonden voor de volledige koninklijke familie. Het was volgens getuigenissen van buitenlandse specialisten het eerste echte Europees radioconcert geweest. Het radiostation had nog geen naam. Men gebruikte gewoon de term TSF (Télégraphie Sans File). Het signaal reikte zo'n zeventig kilometer ver maar kon bij ideale omstandigheden zelf worden beluisterd tot in Parijs. Samen met Raymond Braillard zond Robert regelmatig gedurende enkele uren op zaterdag gesproken berichten uit. Wekelijks werd een concert georganiseerd en rechtstreeks uitgezonden.

Beluister fragment-1 en fragment-2 uit 1914.

Koning Albert I en Koningin Elizabeth, die het project financierden, waren zeer geïnteresseerd en behoorden tot hun luisterpubliek. Terwijl Elizabeth interesse vertoonde in de muziek was Albert meer geboeid in het nieuwe medium. De koning zag een middel om met dit medium de grote afstanden te overbruggen met de kolonie Kongo.

Men kon toen nog niet spreken van een groot luisterpubliek want rond die tijd telde men slechts een tiental lampenradio's in België. Voor zo'n radio moest je al gauw 700 BEF (18,50 Euro) neertellen, een heus bedrag voor die tijd. Begrijpelijk dat enkel de rijken zich een radiotoestel konden aanschaffen. Mensen kwamen toen samen om een uurtje naar de radio te luisteren.

zendtoestel in Laken - 1914
Zendtoestel opgesteld in Laken - 1914

Een goedkopere oplossing bestond er in een kristalontvanger in elkaar knutselen. Met een koptelefoon, een zeer lange antenne en heel wat geduld kon je zachte radioklanken ontvangen.
Hoe werkt zo'n kristalontvanger dan? Men heeft slechts een vijftal zaken nodig, namelijk een klein kwartskristal, wat ijzerdraad, een lange metalen kabel, een aardingsklem en een hoogohmige koptelefoon. De hoogohmige koptelefoon zal misschien nog moeilijk vindbaar zijn. Het moet een hoogohmig type zijn want met een koptelefoon met een lage impedantie vloeit de ontvangen energie direct naar de aarde.

Met het eindje ijzerdraad moet een spoel van een paar windingen worden gemaakt.kristalontvanger type 1 De ene kant van de spoel wordt verbonden met het kwartskristal. De koptelefoon plaatst men tussen het ene uiteinde van de spoel en het andere uiteinde van het kristal. Tenslotte worden met de lange metalen draad een antenne gemaakt. Antenne en aarde verbindt men eveneens aan de koptelefoon. Door wat te spelen met het contact van het spoel en het stuk kwarts is het mogelijk om af te stemmen op een radiozender. Echt handig is dit niet want meestal hoor je heel wat zenders door elkaar omdat er geen elementen aanwezig zijn om nabijgelegen frequenties weg te filteren. Voordeel van dit systeem is dat je geen externe spanning nodig hebt. Als het ware zet je de uitgezonden energie van de zenders direct om in klank. Vandaar dat het belangrijk is om een zeer lange antenne te gebruiken om zoveel mogelijk energie op te vangen. Het is nog steeds mogelijk om kristalontvangers te maken: het kristal vervang je door een diode van het germaniumtype. kristalontvanger type 2"Dat is er eentje uit de oude doos!" zal een elektronicahandelaar melden.
Maar de meesten onder ons hebben reeds een kristalontvanger gemaakt zonder het te beseffen. Als je de bijvoorbeeld een platenspeler slecht aardt, kan je op de versterker vooral 's avonds één of meerdere radiozenders horen.

Even terug naar TSF. In augustus 1914, bij het begin van WO I, werd het initiatief vanuit Laken stopgezet. Koning Albert gaf toen de opdracht om de installatie te vernietigen. De koning vreesde dat de zendinstallatie in handen van de Duitsers zou kunnen vallen. Tijdens WO I was radio een exclusief militaire aangelegenheid. Na de Wapenstilstand beschouwde de regering, die klaarblijkelijk nog wel andere en dringende zorgen had, de radio niet meteen als een prioriteit. Er heerste een klimaat van redelijke vrijheid. De overheid bemoeide zich bijna nergens mee. Frequenties werden toegekend door het ministerie van PTT (Post, Telegraaf en Telefoon), de technische controle van de zendinstallatie gebeurde door de RTT (Regie van Telefoon en Telegraaf)

In Nederland was er de Fries Hanso Idzerda die meteen met radiouitzendingen startte. Hij was de eigenaar van een kleine fabriek van radio-ontvangers. Hij verkreeg een radiovergunning en op 6 november 1919 verzorgde hij zijn eerste radio-uitzending tussen 20:00 en 22:30. Zijn station had de naam PCGG dat stond voor Pracht Concerten Gratis Geven.

Radio Belgique als eerste omroep up
Op 7 augustus 1920 werden de "Conditions d'établissement des postes récepteurs de télégraphie sans fi"l door een Ministrieel Besluit gepreciseerd. Iedere bezitter van een radiotoestel moest, om in regel te zijn met de wet, een brief schrijven naar het ministerie van de PTT om de toelating te verkrijgen tot het installeren van een radio-ontvangsttoestel. Dit alles stond nauwgezet beschreven in een inlichtingsfiche.

In de nasleep van de Eerste Wereldoorlog werd zenden en ontvangen beschouwd als een potentieel gevaar voor de staatsveiligheid. Radiobezitters betaalden toen een jaarlijkse bijdrage van 20 Belgische Frank per toestel. De taks werd beschouwd als controlemiddel.

In 1920 telde men in België reeds 26 geregistreerde radiotoestellen. Men kon toen enkel luisteren naar uitzendingen van Duitse en Franse omroepen. Om meer radiotoestellen te verkopen besloot SBR (Société Belge Radio-électrique), een bedrijf dat radiotoestellen en zendapparatuur vervaardigde in Vorst, te starten met een radiostation. Aldus werd Radio Bruxelles geboren in 1922 dat enkel in het Frans enkele uren per dag uitzond. Er waren concerten van lichte en klassieke muziek. Er was ook nieuws, sportinformatie en zelfs een weerbericht. Er werd toen uitgezonden in het gebouw van de Union Coloniale aan de Stassaertstraat te Elsene met een vermogen van 1500 W op 732 kHz (410 m). Radio Bruxelles was een heel bescheiden station met maar in het begin twee personeelsleden in dienst. Van Soust was aangesteld tot directeur en zanger Léopold Bracony werd aangetrokken om radiouitzendingen te verzorgen. Bracony had voor zijn aanwerving zelf nooit een radio-uitzending gehoord.

SBR Radio Bruxelles

Luister naar de emoties van Bracony

Eind 1923 ward de SA Radio Belgique opgericht. In ruil voor de terbeschikkingstelling van haar zender werd SBR de grootste aandeelhouder van de radio. De omroep verkocht zendtijd aan firma's, politieke en godsdienstige verenigingen. Men besloot ook om de naam te wijzigen. Radio Bruxelles werd Radio Belgique. De eerste officiële uitzending van het nieuwe en beter gestructureerde station ging de lucht in op 1 januari 1924 op de golflengte 508,5m. Meestal werd er muziek uitgezonden, op een zeldzame station call of aankondiging na. Een maand later startte men om 20:00 uur met debatten van openbaar, cultureel of sociaal belang. De muziek die werd uitgezonden kwam van een viertal orkestjes die live voor de microfoon speelden. Er was toen nog geen opnamefaciliteit en fonoplaten waren er ook niet. Af en toe zong Bracony zelf een stukje als er een gaatje was in de programmering.

Théo FleischmanOp 30 maart 1924 riep journalist en schrijver Théo Fleischman " le journal parlé - het gesproken dagblad" in het leven met een ploeg van 4 journalisten. Tot dan waren de berichten, als die er al waren, los doorheen de programmering voorgelezen. Théo had een ongelooflijke feeling voor wat je met het toen nieuwe medium allemaal kon doen. Hij introduceerde de reportage, het interview, het nieuwsbulletin én de reclame. De journalisten presenteerden zelf het nieuws voor de microfoon gedurende 30 minuten. Dit was in tegenstelling met de meeste buitenlandse zenders zoals de BBC. Zij maakten gebruik van nieuwslezers zonder redactionele verantwoordelijkheid. Deze traditie werd later verder gezet op de nationale omroep.

Het team van Fleischman verzorgde dagelijks een journaal van een half uur. Theo Fleishman maakte geen nieuwsbulletin dat bestond uit het voorlezen van officiële communiqués, maar herwerkte krantenberichten, volgens journalistieke criteria. De dagbladen vonden dat minder prettig, maar eigenlijk bleef het bij gemor aan de zijlijn. Sommige journalisten van de schrijvende pers waren best trots als hun artikel werd voorgelezen op het nieuwe wonderlijke medium. Het journaal was volledig en bondig en was zowel betrouwbaar en verteerbaar. Théo Fleishman en Konigin ElisabethEerst werd het binnenlands nieuws omgeroepen, daarna volgde het buitenlands nieuws. Ook de actualiteit uit de wetstraat, een gesprek over een actueel thema, een specialistenkroniek van een vijftal minuten, financieel nieuws en sportnieuws maakten deel uit van het journaal. De grondslagen van dit professioneel gebrachte radiojournaal zouden later worden gebruikt door het NIR. Radiomakers uit heel Europa kwamen naar België om het inmiddels beruchte Journal Parlé te analyseren en te bestuderen.

In 1925 verzorgde Fleischman de eerste rechtstreekse sportreportage: de wielerzesdaagse in het Brusselse sportpaleis. De man ging de geschiedenis in als de 'vader' van het radionieuws.

De geldmiddelen haalde Radio Belgique dan hoofdzakelijk uit reclame. De opbrengst per reclameboodschap werd toen bepaald op 15 BEF. Tot 1926 was de exploitatie van Radio Belgique echter verlieslatend.
Voor WO II telde men in België 16 regionale omroepen waaronder 4 Nederlandstalige zenders. Het waren particuliere omroepen die overal in België te beluisteren waren omdat zij slechts enkele uren uitzonden en hun antenne deelden met de andere collega's.

SBR leverde ook zendapparatuur aan onder andere het NIR/INR, Radio Schaerbeek, Radio 't Kerkske, Radio Vlaanderen en Radio Cointe.

Naar de radio luisteren was toen soms niet zo eenvoudig. Lees hier het rapport van een radioamateur die luisterde met een kristalontvanger. (bron: Maandschrift Radio - 15 mei 1924).
Ik heb mij een klein radiotoestel gekocht met galène-steen (55 frank), daarbij een telefoon van 2000 ohms (20 frank). Ik woon op zeker 60 kilometer van Brussel. Ik heb mij een luchtdraad gemaakt, buiten gespannen, 7 tot 8 meters hoog van 25 meters; daarna twintig meters in V-bijgevoegd, daarna nog een draad van 32 tot 33 meters bijgevoegd. In het begin hoorde ik iets, bij den tweeden draad wat meer, bij den derden draad niets meer. Na afsnijding van eersten en tweeden draad werkte mijn toestelletje betrekkelijk wel. Om de grote nieuwsgierigheid mijner geburen wat te vermijden, kreeg ik het gedacht een viertal draden op een meter afstand op den zolder te spannen, 8 tot 9 meters boven den grond met eene lengte 12 tot 13 meters, van allen draad ondereen: groven, fijnen, koperdraad, zinkdraad, ijzerdraad, van alles wat, hier aaneen gesoldeerd, daar aaneengewrongen en met dezen draad heb ik den prachtigsten uitslag dien men uitdenken kan. Ik versta zeer duidelijk tot het laatste woord van den heer Bracony, wanneer hij ’s avonds laat het persnieuws overseint. Na het concert van Brussel, des avonds om 10 ure, hoor ik nog altijd verder, zeer verder spreken of horen zingen of muziek; vanwaar zulks komt is mij onbekend; het komt me toe met dezelfde golflengte als Brussel. Ik meen heel klaar Engelsch te hebben hooren spreken. Zou dat mogelijk zijn ? Van Parijs hoor ik niets.


Radio Antwerpen - Radio 't Kerkske up
De allereerste Nederlandstalige zender kwam er in 1926. Twaalf lange jaren was de omroep in België een pure Franstalige aangelegenheid geweest.In 1922 begon George De Caluwé te experimenteren met een primitieve zender die was opgesteld in zijn garage in de Provinciestraat. Vier jaar later startte hij met Radio Antwerpen ON 4 ED.

In 1927 stelde de dominee Thomas van de Franstalige Protestantse kerk in Edegem voor om zijn radio onder te brengen in een torenkamer en de zendantenne te plaatsen boven op de kerktoren. De toren van de kerk was de hoogste toren van een Vlaamse Protestantse kerk.

Radio 't Kerkske Radio 't Kerkske - zender Georges De Caluwe

De studio was gevestigd net onder de klokken. Hiervoor moest Georges 265 trappen beklimmen. Drie dagen per week verzorgde Georges radiouitzendingen op 201m met een vermogen van 200 Watt. De radio had ongeveer een reikwijdte van 50 kilometer. De radio werd bekend als Radio 't Kerkske. In ruil mocht de dominee conferences brengen op de radio en het kerkorgel werd gebruikt om muziek te brengen. Om één uur radio te brengen was een ganse week voorbereiding nodig.

Georges De Caluwé in zijn radiostudioTechnisch verliep alles vlot maar financieel ging het minder goed. Hij gaf meer uit dan er binnen kwam. Ook werd de zender vernield door een blikseminslag. In 1930 meldde Georges op de radio dat hij ermee ging stoppen. De Antwerpenaars wilden hun radio niet missen en een er werden verschillende vriendenkringen opgericht. In totaal werden deden ongeveer 28.000 leden mee die elk 25 BEF lidgeld betaalden. Reclame van grote firma's uit Antwerpen brachten geld op. Aan de Mechelsesteenweg werd even later een nieuwe zender gebouwd.

In 1928 was er concurentie in Antwerpen. Een tweede Nederlandstalig signaal was te ontvangen in Antwerpen en dat kwam van Radio Belgique die een relaisstation installeerde. De uitzendingen vanuit Veltem werden er opgevangen en via een andere frequentie doorgestuurd. Dat gebeurde onder de naam Radio Zoölogie. Alweer niet onlogisch die naam, want de zendinstallatie stond opgesteld in de dierentuin. Via dit station werd er Vlaamse zendtijd gekocht door de neutrale Vlaamse Radio Vereniging (VRV).

Radio 't KerkskeNa de oprichting van het N.I.R. stelde men vast dat er meer werd geluisterd naar de particuliere omroepen,vooral dan naar Radio 't Kerkske. Tussen 1935 en 1940 waren het vette jaren voor Radio 't Kerkske. Georges De Caluwé ontplooide met glans zijn organisatorische en managementtalenten. In plaats van vrijwilligers werden bekwame medewerkers aangetrokken. In 1933 werd wekelijks Magazine Radio Antwerpen uitgegeven. De prijs bedroeg 1 frank per nummer. Het was een ware voorloper van de huidige radio- en televisieboekjes. De radioprogramma's werden opgesoms en daarnast was er een redactionele bijdrage van Antwerpse aangelegenheden en sportwedstrijden. In het nummer stonden ook zangteksten van populaire liedjes die op de radio werden uitgezonden.

De radio moest ook verhuizen want de ruimte in de kerk werd te klein. Het was er ook niet comfortabel omdat het in de winter te koud was en in de zomer te heet inde studio. Er werd verhuisd naar de Belgiëlei. Er werd ook een wielerwedstrijd georganiseerd om de verhuis kenbaar te maken.

Terwijl op de N.I.R. het gesproken dagblad werd gebracht spraken ze in Antwerpen over de gesproken almanak. Het waren berichten doorspekt van reclameboodschappen. Eén van de belangrijkste sponsors was de chocoladefabriek Finor.

Katholieke Westvlaamse Radio Omroep (WVRO) up
KVROIn West-Vlaanderen startte in datzelfde jaar de Katholieke Westvlaamse Radio Omroep (WVRO) vanuit Vichte bij Kortrijk. In deze laatste plaats bevonden zich de studio's. De gebruikte frequentie was 205 meter. Er werd uitgezonden met een vermogen van 125 Watt. Deze zender was al eerder in de ether op initiatief van Etienne Vergote en de gebroeders Vandepitte, die illegaal concerten en voordrachten uitzonden met een zender van 100W.

Op het grondgebied Ingooigem werd eerst een voorlopige zendinstallatie geplaatst. Eén van de pylonen waaraan de zendantenne was bevestigd, stond boven op de molen. Technicus Joseph Christiaens woonde in de Kerkdreef te Vichte. Later kreeg de zender een mooiere behuizing op grondgebied Vichte.

Zendmast WVRO
Zendmast Radio WVRO (foto anzegem.be)

Radio Vlaanderen en Radio Loksbergen up
Radio LoksbergenHet zou zelfs nog tot 1935 duren vooraleer ook in Gent en Loksbergen radiostations van start zouden gaan. In Oost-Vlaanderen ging het om Radio Vlaanderen, een omroep met een sterk socialistische inbreng. Theo Baileul was de initiatiefnemer en gebruikte een 250W sterke zender.

In 1937 startte Radio Loksbergen met uitzendingen. Gerard Keersmaeckers was de initiatiefnemer. De studio was opgesteld in zijn herenhuis aan de Turnhoutsebaan te Diest en de zender stond op de Kluisberg te Loksbergen. Desondanks de radio onafhankelijk was, waren de uitzendingen katholiek getint. Zo opende Gerard iedere morgen met een gebed. Daarna waren presentatrices Ivonne en Maria hoorbaar op de frequentie.

Er werd uitgezonden op 202,40 m met aanvankelijk 50W, later met 150W. De uitzendingen waren hoorbaar tot in Oost Vlaanderen. Tussen de swingjazz speelden ze verzoeknummers.

De particuliere zenders zonden uit met een straal van 30 tot 50km en dekten samen het grootste gedeelte van België. De zenders van de radiostations moesten wel op 8 kilometer van steden zijn verwijderd. Dit was wettelijk bepaald omdat AM-zenders nogal wat storing genereerden.

In Vlaanderen werd slechts één vergunning per provincie toegekend. Het was het resultaat van een politiek compromisbeleid waarbij de politieke kleur overeenstemde met de politieke machtsverhouding in de betreffende provincie.

Hieronder volgt een overzichtstabel met de Vlaamse omroepen:

Benaming

Ontstaan Golflengte Vermogen
Plaats
Strekking
Radio Antwerpen (Het Kerkske)
1926
201,1 m
200 W
Edegem
Katholiek
Westvlaamse Radio Omroep
1928
204,8 m
125 W
Vichte
Katholiek
Radio Vlaanderen
1935
200,0 m
250 W
Gent
Socialistisch
De Vlaamsche Omroep
1935
202,4 m
150 W
Loksbergen
Onafhankelijk => katholiek

In Wallonië werden heelwat meer zenders gelegaliseerd. Tot de Franstalige zenders behoorden Radio Liège (dagblad La Wallonie, 210m, 125W), Radio Cointe en Radio Verviers (Micheroux), Radio Seraing (Plainevaux), Liège Expérimental (Beaufays), Radio Ottomont (Andrimont), Radio Ardennes (Libramont), Radio Châtelineau (Châtelineau), Radio Binche (Binche, Radio Wallonia - Bonne Espérance (Vellezeille), Radio Schaerbeek (125W, 230m, Kraainem) en Radio Conférences (Meise).

De particuliere zenders werden gefinancierd door etherreclame en gesteund door schenkingen van sympathisanten en culturele verenigingen en lidgelden. Zo verkocht Radio Châtelineau steunkaarten aan 12,50 Belgische Frank en erekaarten van 25 en 50 Belgische Frank. Daarnaast werden ook platen op verzoek gedraaid tegen betaling. Paradoxaal genoeg waren de privézenders in feite piraten indien zij na de oprichting van het N.I.R. reclame uitzonden. De wet van 14 mei 1930 verbood immers handelspubliciteit. De vroege jaren dertig werden gekenmerkt door een groot aantal spontane initiatieven. Op 12 april 1932 besloot minister Bovesse de wildgroei een halt toe te roepen: 37 illegale stations werden het zwijgen opgelegd en aan de 140 aanvragen tot het verkrijgen van een zendvergunning die na het ministerieel besluit van 28 augustus 1931 binnenliepen, werd geen gevolg meer gegeven.

Radio RBC (Radio Tongeren) in Tongeren up
In 1929 stichtte burgerlijk mijningenieur Emile Delvoie, gekend als Abbé Delvoie, samen met staatsminister Aloïs van de Vyvere en enkele ondernemers uit Luik een radiofabriek op in de Henisweg 31 te Tongeren. De familie Delvoie was goed gekend in Tongeren want eerder in 1913 richtten zij namelijk de eerste vrije ambachtschool op in de Rode Kruislaan. Die school was de basis voor het TIO, het Technisch Instituut Onze-Lieve-Vrouw. De radiofabriek kreeg de naam Radio Broadcasting Company, afgekort als RBC. In Tongeren sprak men van Het Radiofabriekske. De fabriek had ook voor die tijd een hypermodern laboratorium, uitgerust met Duitse precisiemeetapparatuur en had eveneens drie burgelijk ingenieurs electronica in dienst. Dit laboratorium diende om betere en gevoeligere ontvangers te ontwikkelen en om productiefouten op te sporen.

RBC

In die tijd kon er enkel in de regio worden geluisterd naar het Duitse Langenberg en de Franstalige uitzendingen van Radio Cointe. Om daar iets aan te doen werd in 1932 in de fabriek een middengolfzender geïnstalleerd. Na de toelating te hebben gekregen van de stad, de provincie en heelwat ministeries werd een soort van voorlopige vergunning uitgereikt om uit te zenden op voorwaarde dat er geen reclame werd gemaakt.In een lokaal werd op een tafel twee platenspelers gezet. Er werd dagelijks uitgezonden tussen 10:00 - 12:00 en 14:00 - 16:00. In de Driekruisenstraat woonde een Nederlander die werd aangenomen om de presentaties te verzorgen. Dagelijks sleurde hij naar de studio zijn platen mee. Dat waren hoofdzakelijk Vlaamse platen.

Om de zeven jaar worden in Tongeren de Kroningsfeesten georganiseerd. Zaliger deken Verjans vroeg aan Emile om een aankondiging op de radio te doen voor deze processie. De collega's van Radio Cointe hadden dit opgevangen en zijn gaan reclameren bij het ministerie omdat er reclame werd gemaakt. Het ministerie volgde de mening van Radio Cointe en stuurde een delegatie naar de Tongerse omroep. Alles moest worden afgebroken en werd in beslag genomen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog stopte de fabriek haar productie. De meeste medewerkers werden gemobiliseerd. Tijdens de oorlog werden radio's geproduceerd door het Duitse Siemens.

Tijdens de jaren 30 brak in België radiodistributie door. Dat was de voorloper van kabelradio. In de huizen werd een luidspreker geïnstalleerd die was aangesloten op een audiolijn. De mensen konden dan luisteren naar een drietal zenders. In tegenstelling met SBR verzette Emile Delvoix zich niet tegen dit nieuwe fenomeen omdat RBC het financieel steeds moeilijker had.

Anekdote: Radio Broadcasting Company kreeg klachten van mensen die meldden dat er te weinig radiolampen in de toestellen werden gemonteerd. De technici zagen het nut niet om het design aan te passen omdat de hun radio's kwalitatief goed werkten. Er werd beslist om extra sockets te monteren die niet werden aangeschakeld. Men vroeg aan Philips naar kapotte radiolampen. De toestellen werden verkocht met een iets hogere prijs en de klanten waren tevreden omdat er meer lampen zaten in hun radio.

De Henisweg werd later omgedoopt tot de Radiostraat.

Met dank aan ON6HN, Remy Horsmans en Radio Tongeren

Het ontstaan van de N.I.R. up
Het enthousiasme van Radio Belgique werd getemperd door de hoge kosten. Radio Belgique wilde wel staatssteun maar aan de andere kant koppelden de Vlamingen daar taaleisen aan.

In 1928 werd onder het beschermschap van de christelijke middenstand en met steun van de machtige Boerenbond, een Vlaamse radio-omroep opgericht, de N.V. Radio. Met politieke steun werd de structuur van beide omroepen ondergebracht in een nieuwe openbare instelling.

NIR - RNIOp 18 juni 1930 werd het N.I.R.-I.N.R (Nationaal Instituut voor Radio-Omroep - Institut National de Radiodiffusion, de voorloper van de RTBF en de VRT) opgericht in de vorm van een openbare instelling. Marcel Van Soust de Borckenfeldt, eerder directeur van Radio Belgique, werd de eerste omroepbaas van het INR-NIR. Théo Fleishman werd directeur voor het Franstalig gedeelte. Theo De Ronde werd door de raad van beheer aangesteld tot directeur-generaal van de Vlaamse uitzendingen. Hij stierf in juni 1939 en werd opgevolgd door Jan Boon.

Radio Belgique en NV Radio stopten dus met hun uitzendingen de dag dat het NIR-RNI werd opgericht. Het personeel werd tewerkgesteld in de nieuwe nationale omroep die voor het eerst in de lucht kwam op 1 februari 1931.

Op 20 juni 1930 kwam toenmalig minister Lippens af met een wet op luistergeld van ontvangsttoestellen. Een jaarlijkse taks van 60 BEF (1,50 Euro) werd geheven op alle bezitters van een lampenradio. De eigenaars van een kristalontvanger werden belast met 20 BEF (0,50 Euro). Dit was voor die tijd een fiks bedrag. Er waren toen reeds 76.872 radio-ontvangers in ons land. Het bezitten van een radio was toen in want het jaar daarna telde men reeds meer dan 200.000 toestellen.

De omroepverenigingen kregen ook zendtijd bij de nationale radio. Eerst werd er afgesproken om het aantal uren zendtijd in functie te brengen van het aantal leden. Om discussies te vermijden had men dezelfde zendtijd aan de drie grote politieke strekkingen toegekend. Hieronder een tabel met de Vlaamse en Waalse radioverenigingen.

Benaming

Betekenis
Taal
Toegekende punten
Vestiging
KVRO
Katholieke Vlaamse Radio Omroep
NL
1
Leuven
Sarov
Socialistische Arbeiders Radio Omroep voor Vlaanderen
NL
1
Antwerpen
Librado
Liberale Radio Omroep
NL
0,25
Antwerpen
Vlanara
Vlaamse Nationale Radiovereniging
NL
0,25
Antwerpen
 
Commissie der Godsdienstige Spreekbeurten
NL
   
 
De Protestantse Commissie
NL
   
 
De Vrije Gedachte
NL
   
RCB
Radio Catholique Belge
FR
   
RESEF
Radio Emission Socialiste d'Expression Française
FR
   
Solidra
Société Libérale de Radiodiffusion
FR
   
RW
Radio Wallonie
FR
   

Aanvankelijk werd er enkel tussen 17:00 en 22:00 uitgezonden. In totaal werd er dus wekelijks voor vijfendertig uur uitgezonden, dat verdeeld moest worden tussen het eenheidsinstituut en de omroepverenigingen. Het eenheidsinstituut nam drieëntwintig uren voor zijn rekening, de twaalf overige uren werden verdeeld door middel van een puntensysteem (zie tabel hierboven).

De omroepverenigingen mochten gesproken uitzendingen en muziekprogramma's verzorgen. Zij moesten alle kosten zelf dragen maar mochten gratis gebruik maken van het omroeporkest en technische assistenten. De teksten moesten ten minste drie werkdagen op voorhand worden ingeleverd. Het NIR onderzocht of de teksten niet strijdig waren met de wetten, geen gevaar was voor de openbare orde opleverden, de goede zeden niet aantastten, de overtuiging van anderen niet kwetsten of geen belediging van een andere staat inhielden. Ook de keuze van de grammofoonplaten ontsnapten niet aan de controle.

In mei 1932 werd de uitzendtijd echter uitgebreid: er waren toen ook middaguitzendingen. In 1935 kwamen er ten slotte ook ochtenduitzendingen. Bij deze zendtijdverruimingen ontstonden er steeds meer problemen met de omroepverenigingen. Zij kregen nooit een aandeel in de zendtijdverruimingen. Die zendtijdverruimingen gingen immers steeds meer naar het N.I.R/I.N.R. zelf. In 1935 waren de omroepverenigingen van
ongeveer een helft van de zendtijd teruggevallen tot op minder dan één derde. Er ontstond steeds meer ongenoegen bij de omroepverenigingen. Tijdens deze vooroorlogse jaren bleef het steeds een hekel discussiepunt of de omroepverenigingen nu moesten blijven of volledig afgeschaft moesten worden.

Met de opkomst van de extreemrechtse partijen rees er bovendien steeds meer de vraag tot splitsing van het N.I.R/I.N.R in een Nederlandstalige en Franstalige omroep. Men wilde hiertoe de omroepwet van 1930 wijzigen. Er kon echter geen parlementaire meerderheid gevonden worden voor dit voorstel. Dus besloot de huidige minister van PTT de NIR/INR in drie verschillende diensten op te splitsen: een technisch administratieve dienst, een dienst van de Vlaamse Uitzendingen en een dienst van Franstalige uitzendingen. Hierdoor behield het N.I.R/I.N.R een gemeenschappelijke raad van bestuur met hieronder drie verschillende diensten. Deze zogenaamde reorganisatie van het N.I.R/I.N.R werd eind 1937 doorgevoerd.

In Veltem werden twee zendstations van elk 15 kW opgericht. De Nederlandstalige omroep kreeg de golflengte 321,9 meter (927 kHz) en de Franstalige omroep werd gehuisvest op 483,9 meter (621 kHz). Dit zijn nog steeds de vaste frequenties van respectievelijk VRT's "Radio 1" en RTBF's "La première". (Update: Op 1/1/2012 stopte de VRT met het gebruik van 927 kHz)

Het NIR-RNI zond uit vanuit het omroepgebouw aan het Flageyplein te Elsene. Het Art Déco-gebouw werd in 1938 feestelijk in gebruik genomen. Het herbergde de aller-modernste studio's van heel Europa. De Franstaligen huisden in de linkervleugel, de Vlamingen kregen de rechtervleugel toebedeeld. Beide nationale omroepen hadden, op enkele details na, precies even veel ruimte en mogelijkheden gekregen.De grote muziekstudio had een uitstekende akoestiek en ontving de beroemdste muzikanten.

Omdat de zendmast in Veltem stond, waren er moeilijkheden om overal beluisterbaar te zijn. De Regionale zenders deden dit wel en hadden trouwens de meerderheid van het luisterpubliek. Dit werd vastgesteld door de RTT die in 1939 een marktonderzoek deed onder de eigenaars van de 1.112.900 radiotoestellen die ons land toen telde. Deze zenders werden geprefereerd door het volk omdat zij meer artistieke programma's en regionale nieuwsberichten verzorgden. De inkomsten van de particuliere radio's bestond hoofdzakelijk uit reclame dat via de microfoon werd verspreid. Zij kwamen dan ook vaak in moeilijkheden met de NIR die radioreclame verbood. Zo ontstond in 1932 een rel rond de sluiting van Radio Schaerbeek door minister Bovesse die later, onder druk van de luisteraars, op zijn beslissing terugkwam.

De klas in het jaar 2000

En wat deed de overheid? up
In 1914 werd vanuit het kasteel van Laken een eerste radiouitzending verzorgd. De enige wet die men had was die van 1908 betreffende de draadloze telegrafie door middel van elektrische stralen. Bij het uitvaardigen van de licenties voor lokale uitzendingen maakte de toenmalige minister van Posterijen, Telefonie en Telegrafie dan ook gebruik van een vrije interpretatie van deze wet.

Tijdens de grote oorlog (1914-1918) was radio een exclusieve militaire aangelegenheid. Na de Wapenstilstand beschouwde de regering, die klaarblijkelijk nog wel andere en dringende zorgen had, de radio niet meteen als een prioriteit. Er heerste een klimaat van redelijke vrijheid. De overheid bemoeide zich bijna nergens mee. Frequenties werden toegekend door het ministerie van PTT.