De geschiedenis van Belgische radio: radio tijdens de tweede wereldoorlog.
De Tweede Wereldoorlog kwam eraan. Een groep NIR-RNI medewerkers onder leiding van Jan Boon hebben alles gedaan om toch nog uitzendingen te maken gericht naar het Belgische volk. Ook het verzet heeft een belangrijke bijdrage geleverd om zo vlug mogelijk terug radiouitzendingen te verzorgen vanuit Belgisch grondgebied. Spijtig genoeg hebben de vele gevaarlijke opdrachten tijdens de oorlog ook levens geëist van radiomakers, technici, coördinators,.... Hieronder kan men in detail lezen wat er allemaal is gebeurd voor, tijdens en na de tweede wereldoorlog.
De gebeurtenissen tijdens de schemeroorlog up
De periode tussen september 1939 en mei 1940 staat bekend als de schemeroorlog of de "Drôle de guerre". Op 1 september 1939 viel Duitsland Polen binnen. De Belgische regering richtte het Ministerie van Nationale Voorlichting op onder leiding van minister Wauters. Het was de bedoeling om de burgerzin te bevorderen, de acties van de regering kenbaar te maken, te reageren op subversieve propaganda en valse geruchten...

Het ministerie verplichtte zowel het NIR-RNI als de zestien particuliere omroepen de mededelingen uit te zenden in geval België werd aangevallen. Dat was belangrijk want de particuliere omroepen hadden een beter bereik. Er werden directe telefoonlijnen getrokken tussen alle particuliere zenders en het NIR-RNI.

NIR Villa Bosvoorde Er werd bij het NIR-RNI ook een alarmdienst opgericht die rechtstreeks in contact zou komen met de dienst CPRA van het Ministerie van Landsverdediging. Het was de bedoeling om de bevolking in te lichten wanneer vreemde luchtvaarttuigen het Belgisch grondgebied over vlogen. Ook werd een geheime studio gebouwd in een villa aan de Tumulidreef te Bosvoorde. Daar werden twee veiligheidsstudio's, twee vliegende studio's met batterij en enkele bureau's geïnstalleerd. De villa was een noodoplossing omdat het omroepgebouw aan het Flageyplein te bekend was.

foto links: de NIR-villa te Bosvoorde

 

10 mei 1940 up
Tot eind september 1940 waren heelwat concerten, lezingen, hoorspelen en variété programma's gepland op de Nationale zender. Op 10 mei 1940 zou het Symfonieorkest onder leiding van F. André en het gemengde NIR-koor onder leiding van L. Gras de zesde symfonie van Purcell en "Het martelaarschap van de Heiligen Sebastian" van Débussy rechtstreeks uitzenden. Duitsland beslistte daar anders over door op die dag Nederland, Luxemburg en België binnen te vallen.

Om 2:10 werd de eerste waarschuwing aan het NIR-RNI gegeven omtrent het losbarsten van een oorlog in ons land. Vanaf 4:00 functioneerde ook de verbinding tussen het NIR-RNI en de CPRA. De radio begon aan zijn oorlogopdracht. Rond 4:30 werd voor de eerste maal de met verlof zijnde soldaten opgeroepen. Redacteur Jos Servotte hield de ganse dag de bevolking op de hoogte.
Tussendoor werden spotliederen, verklaringen van Kamervoorzitter Van Cauwelaert, reacties uit het buitenland, enz.... uitgezonden.

Om 15:00 vielen de eerste bommen neer op een honderdtal meter van het omroepgebouw. Het gebouw was vanaf toen het mikpunt van Duitse jachtvliegtuigen. Er werd toen beslist om vanuit de villa te Bosvoorde verder radio te maken.

De particuliere zenders tijdens de inval van de Duitsers up
Op 10 mei 1940 kreeg Georges De Caluwé van Radio 't Kerkske het bevel om de nationale uitzendingen via de directe verbinding over te nemen. De uitzendingen werden op 16 mei 1940 om 3:00 gestaakt omdat de Duitsers reeds waren doorgedrongen in Wijnegem. Georges wilde alles vernietigen maar zijn zoon belette dit. Van de Belgische militaire overheid mocht hij één van de twee zenders meenemen naar Gistel. Samen met een dertigtal radioamateurs was het de bedoeling om de zender daar gebruiksklaar te maken. De uitzending is toen niet doorgegaan omdat Gistel ondertussen werd gebombardeerd. Zoon Marcel keerde toen alleen terug naar Antwerpen met de zender. De bedoeling was om het zendmateriaal te verbergen op een buitenverblijf van zijn vader. Maar in het Oostvlaamse Lotenhulle werd hij tegengehouden door de Duitsers. Hij kon weglopen maar de zender was verloren. In 1943 werd de zender gebruikt als stoorzender. De studio aan de Belgiëlei werd leeggehaald door de Duitsers.

Op 10 mei 1940 demonteerde de eigenaar Gerard Keersmaekers van De Vlaamsche omroep - Radio Loksbergen het kristal zodat de zender niet meer kon moduleren. Een dag later vluchtte de ganse familie Keersmaekers naar Calais met het zendkristal achterin de wagen. In juni 1940 keerde de familie terug naar huis. Zij stelden vast dat de Duitsers het huis hadden geplunderd en de studio hadden verzegeld. Op de berg Reinrode, waar het zendpark was gevestigd, hadden de Duitsers het zendgebouw opgeblazen. Ook de twee houten palen waren verdwenen. Hoogstwaarschijnlijk hebben de landbouwers, die het nabijgelegen land bewerkten, de palen opgestookt.

Tijdens de oorlog verzorgde Gerard Keersmaekers uitzendingen op verplaatsing. In 1942 werd hij door de Duitsers gearresteerd tijdens een uitzending op de Philipstoren te Leuven. Hij overleed net voor de bevrijding in het concentratiekamp Buchenwald. In het Limburgs huis-aan-huisblad weekblad Koerier verscheen volgend artikel eind jaren 80 (Met dank aan Lode Kempen)



Vanaf april 1940 werd de zendinstallatie van Radio Vlaanderen te Gent bewaakt door rijkswachters. Begin mei werd deze vervangen door een veertigtal militairen. Deze bezetting had geen invloed op het programmaschema en -inhoud. De algemeen verantwoordelijke Th. Bailleul had eerder enveloppes gekregen waarin de te volgen procedure zat bij een mogelijke Duitse inval. In de ochtend van 10 mei 1940 werd hij telefonisch gecontacteerd door een militair bevelhebber om de inhoud van de enveloppes uit te voeren. De opdracht was om mobilisatieberichten aankondigen en zolang mogelijk in de ether te blijven. Vanaf 11 mei 1940 werd het signaal van de NIR-RNI op regelmatige basis doorgestuurd. Toen op 16 mei 1940 duidelijk werd dat ook Gent zou vallen, blies het Belgische leger de zender op. Radio Vlaanderen is het langst in de lucht gebleven.

De WVRO uit Kortrijk kondigde enkel nog oorlogberichten en mobilisatiebevelen uit. De dag daarna in de vroege avond relayeerde men de nationale programma's van het NIR-RNI. Omdat er geen militaire bescherming was, werd diezelfde dag gestart met het demonteren van de zender. De voornaamste delen werden verborgen. Pas in mei 1940 hebben de Duitsers het zendgebouw, dat in Vichte was gevestigd, bezet. Zij vervolledigen terug de zender en maken er een stoorzender van.

Op 15 mei 1940 werd een deel van de nationale zender van het NIR in Veltem vernietigd. Andere delen werden in een vrachtwagen geladen waarmee men op de vlucht sloeg naar Frankrijk. Op 16 mei werd de zendmast eigenhandig opgeblazen. Twaalf dagen later was er opnieuw geluid te horen via de 927 kHz. Toen startte Sender-BrŁssel met Duitse propaganda-uitzendingen.

Radio Schaarbeek stopte met eigen programma's op 10 mei 1940 en nam de uitzendingen van het NIR-INR over. Een vijftiental militairen bewaakten de zender die was opgesteld in Wezembeek-Oppem. Op 16 mei 1940 werd de zender gedemonteerd en weggevoerd met een vrachtwagen van de RTT naar Oostende. De bedoeling was om van daar uit verder uit te zenden. Op 17 mei 1940 werd beslist om met de zender verder te trekken naar Frankrijk. In Poitiers werd beslist om de zender te vernietigen omdat deze niet meer nuttig was.

Radio Binche en Radio Wallonia probeerden vroeg in de morgen van 15 mei 1940 een goede modulatielijn te verwerven om de nationale uitzendingen door te sturen. De Franse militairen waren hen voor en eisten het zendmateriaal op.

Bij Radio-Conférences te Meise was de radiotechnieker reeds gemobiliseerd. Een NIR-technieker heeft dan terplaatse de zender onbruikbaar gemaakt.

De NIR-RNI-techniekers hebben op 15 mei 1940 ook geprobeerd contact te maken met Radio Châtelineau maar daar was alles reeds verlaten.

De Belgische omroep tijdens de bezetting up
Jan BoonOp 11 mei 1940 was het voornaamste Belgische fort te Eben-Emael gevallen. De Belgische soldaten trokken zich terug op de Dijlelinie (Dinant, Namen, Waver, Leuven, Antwerpen). Op 13 mei 1940 werd de eerste tankslag geleverd in Hannut tussen Franse en Duitse tanks. De dag daarna werd het noodzakelijk dat de studio in Bosvoorde moest worden verplaast. Minister Delfosse gaf het bevel aan het NIR-RNI zich uit Brussel te trekken. Er moest het nodige worden gedaan om uitzendingen vanuit Oostende op antenne te laten brengen in het Franse Rijsel. Jan Boon (foto) moest er voor zorgen dat de uitzendingen in Bosvoorde zo lang mogelijk bleven verzekerd.

Op 12 mei 1940 gebeurde een dramatisch ongeluk. Die nacht viel de eerste dode bij het NIR-personeel. Om 22:00 keerde technieker Maurice Langlois samen met twee collega's huiswaarts per taxi. Aan de Urugaylaan te Bosvoorde werd de taxi tegengehouden door een Belgische militaire patrouille. Het Belgische leger hield toen klopjacht op Duitse parachutisten. Maurice zocht naar zijn papieren. De zenuwachtige schildwacht dacht dat hij naar een pistool greep en schoot hem in volle borst dood.

In Veltem werd ondertussen de Vlaamse zender afgebroken en weggevoerd naar veiligere oorden. De uitzendingen verliepen toen enkel nog op de Franstalige frequentie 483,9 m. Ook de particuliere zenders zonden vanaf toen het programma van het NIR-RNI uit via de directe verbinding. Op 15 mei 1940 om 2:00 werd het zendpark te Veltem onder vuur genomen door de Duitsers. Jan Boon kreeg om 2:30 opdracht van het Ministerie om de installatie te Veltem te vernielen. Dynamo's en radiolampen werden vernietigd. Het overige materiaal werd opgeladen in een vrachtwagen. Om 3:45 vertrok de laatste groep technici. De dag later werd de zendmast opgeblazen.

Duitsers bleven maar oprukken en de installatie werd vervoerd in een lijnbus die meerdere keren in panne viel. In Poittiers werd de zender opgesteld en werd uitgezonden vanuit een kamer in een rouwhuis. Toen het te heet werd in Frankrijk werd het kanaal overgestoken naar London. De bedoeling was dus om verder contact te houden met de Belgische bevolking. Slechts tussen 14 juni 1940 en 28 september 1940 hebben geen uitzendingen plaatsgevonden.

De Belgen mochten van de bezetter enkel afstemmen op Zender Brussel - Radio Bruxelles die enkel Duitse propaganda de ether instuurde.
In één van de eerste uitzendingen was volgende boodschap te horen: "In het park staan duizenden Brusselaars die met verwondering en ontzag blikken naar deze soldaten. Deze soldaten van een Germaans volk, waarmee wij aanverwant zijn dat op dit ogenblik gans Europa overheerst. Zij hebben reeds veel gehoord en gelezen over de pracht van dit leger, over de stipte en verzorgde houding van deze voorbijmarcherende en voorbijrijdende soldaten en nu is het ogenblik gekomen dat zij dat ook kunnen meemaken."

Het volk was verplicht om hun radiotoestel binnen te brengen op het gemeentehuis omdat men met deze toestellen ook naar de Engelse radio kon luisteren. De Duitsers maakten speciale toestellen waarmee enkel naar de Duitse radio kon worden geluisterd. Men luisterde stiekem "naar Londen". Al was dat een riskante onderneming. Wie betrapt of verklikt werd, moest zijn toestel inleveren en kreeg het met de bezetter aan de stok.

Men kan zich nu moeilijk indenken welke moeilijke en gevaarlijke opdrachten werden uitgevoerd door de leiding van het Vlaamse NIR. Voor de oorlog hebben zij bijgedragen aan het verwijderen van de nationale en particuliere zenders zodat de Duitsers ze zelf niet konden benutten. Ook sommige radiomasten werden ingepakt. Verder hebben zij vele malen het materiaal terug opgebouwd en afgebroken op de eerder vermelde plaatsen zodat in eerste instantie de verspreide groepen in Frankrijk terug konden worden verzameld. Ook hebben zij de geheime heropbouw van de zenders voor de dag van de bevrijding verwezenlijkt plus de allereerste uitzendingen verzorgd.

Jan Moedwil


Ici Radio BelgiqueEind september 1940 werden de uitzendingen verzorgd bij de BBC vanuit Londen. Omdat het NIR als instituut niet meer bestond, besloot de regering een nieuwe omroep op te richten op 8 februari 1943: de Belgische Nationale Radio-Omroep (BNRO). Via de Werelduitzendingen van de BBC bleef de regering in contact met de bevolking. Twee bekende radiostemmen in London waren Victor de Laveleye (fr) en Jan Moedwil (nl). Victor lanceerde het beroemde V-overwinningsteken en de slogan "On les aura, les boches". Jan Moedwil, schuilnaam van de Antwerpse leraar Nand Geersens, vertaalde dat als: "Wij doen ons best, zonder erop te boffen, toch krijgen we ze wel, de moffen!".

In 1931 werden de eerste proeven uitgevoerd met een kortegolfverbinding van Ruiselede naar Leopoldstad. Het ging om een samenwerkingsverband tussen het NIR, de RTT en het ministerie van KoloniŽn. Drie jaar later waren de reguliere uitzendingen van deze werelddienst een feit. Anderhalf uur per dag, bestaande uit 'Het gesproken dagblad', 'Le journal parlť', gevolgd door een uur muziek. Bij de Duitse inval was ook de kortgolfzender van zender in Ruiselede vernield. Er kwam een nieuw, 7500 W zwaar, exemplaar in Leopoldstad te staan. In oktober 1940 startte de nieuwe officiŽle omroep als Radio Belgisch Congo op het enig stukje België dat niet bezet was.

Radio Belgisch KongoIn 1941 kocht de Belgische regering van de Verenigde Staten een 50 kW-kortegolfzender. Die zender begon op 16 mei 1943 uit te zenden op de 40 meter band richting Europa, 18 op 24 uur en in 9 talen. Het hoofddoel van de omroep was de opbeuring van de Belgische bevolking in het bezette land en de oorlogsinspanningen van de Belgen over de wereld bekendmaken. Tijdens de oorlog werd de basis gelegd voor wat later een heuse wereldomroep zou worden. Er was het feit dat men ook in andere talen uitzond dan in het Nederlands en het Frans.  (foto: Dienst voor nieuwsgaring van Radio Belgisch Kongo)

Radio tijdens het verzet up
La mission SamoyedeTijdens het verzet coördineerde de BNRO de zeer gevaarlijke geheime zending met codenaam Samoyede. De zending had verschillende objectieven. Allereerst was het noodzakelijk een radioverbinding met London op te bouwen.
Een andere actie was de lijsten van bezitters van een radiotoestel te vernietigen. Dit was één van hun meest geslaagde acties. Deze bestond uit het vernietigen van de zinken radiotaksplaatjes die opgeslagen waren in het administratief kwartier in de Paleizenstraat 42 te Schaarbeek. Alle eigenaars van een radiotoestel moesten van de Duitsers hun toestel laten declareren. De gegevens werden gegraveerd op zinken plaatjes. Men vreesde dat de Duitsers, zoals ze in Nederland hadden gedaan, de radiotoestellen zouden requisitioneren bij de komende bevrijding om de Belgen te beletten naar het nieuws van de vrije wereld te luisteren. In Antwerpen en Eeklo zouden reeds toestellen in beslag zijn genomen. Om deze actie te beletten, moesten de zinken fiches worden vernietigd. Een luchtbombardement vanuit London op het kwartier leverde niets op. Uiteindelijk werden de plaatjes verminkt met zwavelzuur. Daarna werd het gebouw in brand gestoken. De brandweer hielp een handje mee door niet te snel uit te rukken.
Een andere gevaarlijke Samoyede-opdracht was het bouwen van radioinstallaties bij particulieren. In zowat alle provincies werd in het geheim gewerkt aan zendinstallaties.

Boek: La Mission Samoyede

Brussel in actie up
Op de Louizalaan 182 te Brussel bouwde ingenieur Georges Dursin - hij had ook een steentje bijgedragen tot de sabotage van de radioplaatjes - een zender die werd verborgen in een waterput. Om toegang te hebben tot de zender moest men voorzichtig afdalen tot het waterniveau. Daar moest men zich murwen in een bres die leidde tot een smalle kelder van vijf meter lang. Een zender van 1 kW werd in dit vertrek geïnstalleerd. Op de verdieping van het woonhuis werd de studio ingericht. De Gestapo heeft verschillende keren het huis onderzocht, gelukkig zonder enig resultaat. De Britten rukten op en de zender was nog niet klaar om in de ether te gaan. Op dat moment werd ook de oude zender van Radio Belgique in Vorst van onder het stof gehaald.
Flagey gebouw bij de bevrijding.Op zaterdag 3 september 1944 verlieten de Duitsers het Flageygebouw. Enkele technici van het vroegere NIR schoten direct in actie om een studio opnieuw in werking te krijgen. Op 4 september omstreeks 18:15 komt het eerste radiocontact met de bevolking tot stand. De zender die in Vorst op de Ruisbroeksesteenweg stond, had in het begin nog een vrij zwak vermogen, maar daaraan werd snel iets gedaan. Bovendien braken de ijverige technici alle records. Geen enkele radio-omroep in bevrijd gebied slaagde erin om zo snel weer paraat te zijn. Op 6 september omstreeks 13 uur kwam uiteindelijk de zender van de Louizalaan in actie. Op beide frequenties werd toen hetzelfde programma verzorgd.

foto: Toen de Duitsers wegtrokken werden op het Flagey-gebouw direct Belgische vlaggen gehesen.


Kortijk in actie up
In Kortrijk bleef men ook niet stil zitten. Daar heeft zich het spannendste verhaal afgespeeld. De Westvlaamse omroep WVRO was tijdens de oorlog in handen van de Duitsers en werd gebruikt als stoorzender. Etienne Vergote, de radiotechnicus van de WVRO, was ervan overtuigd dat indien de Duitsers zouden wegtrekken de zender door hen onklaar zou worden gemaakt. Hij was ook aangesteld door de Duitsers tot radiotechnicus voor de stoorzender. Zo regelde hij de stoorzender een klein beetje naast de te storen golflengte van de BBC. Aldus kon men met een anti-storingskader toch de berichten van Londen ontvangen.

Etienne kwam reeds in februari 1943 in contact met Samoyède. Hij begon zoveel mogelijk onderdelen te vergaren zoals lampen, studioapparatuur, een voeding op mazout, enz... Hij hield er dus rekening mee dat er bij de bevrijding de stroom zou worden afgesneden. Er werd overeengekomen met de Belgische regering te Londen om een 300 Watt zender te bouwen en die te verbergen tot de dag van de bevrijding. In augustus 1943 was die zender al klaar. De vijf zendpanelen en reservelampen waren verstopt in een dichtgemetselde kelder van de werkplaats van Vergote. De daken van de werkplaats en het woonhuis waren versterkt en de schoorstenen waren bijgemetseld. Het dak was voorzien van ijzeren banden om de twee antennemasten te kunnen dragen, in vorm van vierzijdige pyramiden uit T-ijzers. Het volstond deze op te trekken en met schroeven vast te zetten. De uitzendkabel met isolatoren waren gereed gemaakt op maat en moesten enkel nog worden opgehangen. De mazoutvoeding werd niet verborgen. Deze deed zogezegd dienst in het bedrijf voor autogeenlassen.

Op 21 juli 1944 was de bevrijding kortbij. Omstreeks 23 uur werd Kortrijk zwaar gebombardeerd door Engelse bommenwerpers. Het trof absoluut alles wat de WVRO bezat. De werkplaats werd volledig vernield en van het huis bleef niet veel over. De zendpanelen waren intact maar het huis was er boven ingestort en waren vochtig geworden. Het zendgeraamte was volledig vernield, de voeding was gedeeltelijk vernield. De generatrice en de filterelementen hadden lichtere schade geleden. De studio's waren ook totaal vernield maar de discotheek kon worden gered tijdens het bombardement.

Moedig begon de radioploeg aan de wederopbouw in een andere eigendom van Etienne in de Zandstraat 18. De zendpanelen werden 's nachts in kisten naar de nieuwe bestemming getransporteerd. De dieselmotor werd geheel gedemonteerd en een firma maakte de kapotte delen na. Er werd onmiddellijk begonnen met het samenstellen van een nieuwe batterij accumulatoren. De accu's werden één voor één hersteld tot op de dag van de bevrijding. Ook de nieuwe antennestructuur kwam op tijd klaar. Jan Boon zorgde dat er geld ter beschikking kwam om de kosten te financieren. In het weekend van 2 en 3 september 1944 zag men de Duitsers wegvluchten.

Op maandag 4 september 1944 zag men praktisch geen enkele Duitser meer. Kortrijk wachtte op de geallieerden en begon reeds de Belgische vlaggen op te hijsen. Vergote monteerde de zender maar het administratief materiaal bevond zich nog aan de overkant van de Leie. Deze moesten kost wat kost worden overgebracht. Maar de Duitse patrouilles, die nu en dan nog opdaagden, requiseerden alle vervoermiddelen. Dus werd het strikte minimum op stootkarren geladen en overgebracht door scholieren van het college via kleine straatjes.

De WVRO was klaar en besloot de dag daarna, op 5 september 1944, de zender officieël op te starten omdat er reeds ferm werd geplunderd en hard werd opgetreden tegen collaborateurs. Het plan voorzag om 18 uur een openingsuitzending met een rede van de burgemeester die zijn ambt weer had waargenomen en vervolgens een groet in beide landstalen. Om 15 uur werd besloten om reeds een proefuitzending te doen zonder de vermelding van naam of geografische ligging. Terwijl de nationale hymne "Naar wijd en zijd" werd gedraaid, weerklonk een naderend gevechtsvuur. Eerwaarde Heer Gillon beluisterde de uitzending vanop het college en hoorde ook het geweer- en mitrailleurvuur. De leraren probeerden tevergeefs de zender te bereiken om te zeggen dat de uitzendingen moesten worden gestaakt. De medewerkers in de studio verkeerden allen in euforie en hoorden het gevechtsvuur niet. Een schrijnwerker was zelf nog volop bezig aan het timmeren in de studio. Opeens bemerkte hij naast de antennemast twee leden van het Geheim Belgisch Leger in hun witte uniform, maar ook... Duitsers! De zender werd vliegensvlug uitgeschakeld en verborgen. De weerstanders moesten vluchten en de Duitsers kwamen even binnenkijken. Een radiotechnicus kon zich nog net verbergen, de anderen werden kort ondervraagd. Gelukkig werd het huis niet onderzocht. De Duitsers verlieten nietsvermoedend het huis. Maar voorlopig was er toen van uitzenden geen sprake meer. Er werd toen hevig gevochten tussen Duitsers en weerstanders in de straten van de stad. Op 7 september 1944 bereikten de eerste Engelse soldaten Kortrijk en verjoegen de vijand. De openingsuitzending werd uiteindelijk op zaterdag 9 september 1944 om 18 uur de ether ingestuurd.

Kortrijk
Kortrijk in 1945

En de overheid? up
De oude telecommunicatiewet van 1908 werd vervangen door de wet van 1930 betreffende de radiotelegrafie, de radiotelefonie en radioverbindingen. Hiernaast kwam er nog een tweede wet in 1930. Door middel van deze tweede wet werd het N.I.R.-I.N.R. (Nationaal Instituut voor Radio-Omroep - Institut National de Radiodiffusion opgericht. Het instituut kreeg dankzij de tweede omroepwet het monopolie over de nationale uitzendingen. Het was gebaseerd op het Britse Reithiaanse systeem dat beschreef dat men de omroep beschouwde als mogelijkheid om het publiek te verheffen, het als het ware op te leiden. Voor zijn uitzendingen moest het instituut een beroep doen op omroepverenigingen. Daardoor kwamen er verschillende ideologische en politieke strekkingen aan bod en op deze manier hoopte men de pluriformiteit van de nationale omroep te garanderen. De overheid had zich toen ook laten inspireren door het Nederlandse systeem met omroepverenigingen. Het instituut viel onder de bevoegdheid van de minister van PTT en Verkeerswezen en was dus sterk politiek beïnvloed.

Vanaf toen werd er luistergeld geïnd om de nationale omroep levendig te houden. De lokale privé-zenders in Vlaanderen mochten hun uitzendingen voortzetten zolang zij zich beperkten tot het lokale niveau.

De proeftijd van het N.I.R.-I.N.R. verstreek tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Belgische regering in ballingschap richtte op 13 oktober 1942 vanuit Londen de Belgische Nationale Dienst voor Radio Omroep (B.N.R.O.) op.