DE RADIO NA WERELDOORLOG II

De tweede wereldoorlog was afgelopen. De Belgische regering gaf toen geen vergunningen meer aan de particuliere omroepen. Gewestelijke omroepen werden opgericht. Verder zag een derde programma het licht in 1961

Niet iedereen nam genoegen met het monopolie van de openbare omroep. Men zocht naar alternatieven om toch radio-uitzendingen te verzorgen. Kon het niet vanop het vaste land, dan probeerde men het vanop zee.... en met succes.

up

De gewestelijke omroepen na de bevrijding

Bij de bevrijding van ons land in 1944 besloot één der eerste naoorlogse regeringen het door de Duitse bezetter ingevoerde staatsmonopolie van de radio-uitzendingen over te nemen. Geen enkele particuliere omroep van voor de oorlog kreeg de zendvergunning terug. WVRO (Kortrijk), Radio Vlaanderen (Gent), Radio Loksbergen (Diest) en Radio 't Kerkske (Antwerpen) vormden wel de basis van de gewestelijke omroepen van het N.I.R. Ze werden binnen de openbare omroep omgevormd tot provinciale vestigingen. De gewestelijke stations vervulden volgens een beurtrol de zendtijd van Brussel II, ook het 'tweede radioprogramma' genaamd.

afstemschaal 2

De gewestelijke omroepen maakten tijdens de eerste jaren na de oorlog een moeilijke tijd mee met beperkte middelen. Hier volgen enkele feiten. (bron: jaarverslagen BRT)

In Gent was een voorlopige studio in gebruik vanaf september 1946. Op 16 juli 1947 werden de nieuwe studio’s en lokalen in de Sinte-Margrietstraat van de gewestelijke omroep plechtig ingehuldigd. De zendinstallatie stond in Merelbeke. Er werd In Merelbeke een getuide mast opgericht met een hoogte van 60 m.

De gewestelijke omroep Antwerpen werd gevestigd op het pittoreske St.-Niklaaspleintje. Het betrof hier een noodoplossing; de lokalen en studio’s beantwoordden in het geheel niet aan de minimumeisen. In april 1948 dreigde het gebouw in te storten en onmiddellijke ontruiming was geboden. Op 1 augustus 1948 kon een patriciërswoning betrokken worden op de Prins Albertlei 8 te Berchem en de uitzendingen werden voortgezet met noodinstallaties.

De gewestelijke programma's in Limburg begonnen op 2 maart 1947. Deze werden eerst verzorgd vanuit de studio’s van het N.l.R te Elsene. Op 28 maart 1948 werd de eerste uitzending van de gewestelijke omroep Limburg uit de noodstudio te Hasselt verzorgd. De uitrusting van het gebouw te Hasselt was toen nog steeds zeer onvoldoende doch de voordelen van een onmiddellijk contact met de luisteraars en tal van medewerkers ter plaatse werden duchtig geëxploiteerd. De gewestelijke omroep Limburg behoorde toen zeker tot één der meest geliefde omroepen van het Vlaamse land.

aftsemschaal 1

In Kortrijk deden de radiomakers gewoon verder zoals ze daarvoor bezig waren. Toch kwamen er steeds meer richtlijnen uit Brussel en daar waren de Kortrijkse pioniers duidelijk niet tevreden mee. De koningskwestie betekende uiteindelijk een keerpunt. De katholieke West-Vlaamse zender WVRO koos toen resoluut voor de vorst. Slogans als 'Leve de Koning' en 'Wij willen Leopold III terug op de troon' waren regelmatig te horen, tussen de muzieknummers door. Maar die stellingname kon echt niet door de beugel voor het neutrale N.I.R. En dat vormde de aanleiding om de pseudo-onafhankelijkheid van de Kortrijkse zender op te heffen. Toen werden er vanuit Brussel zelfs mensen gestuurd om de zender in de juiste pas te laten lopen.

In de loop van september 1946 werden de studio’s van Luik overgebracht naar de lokalen "Emulation", Place du 20 août. De definitieve inrichting van deze studio’s werd voltooid in 1947. De gewestelijke omroep Luik was toen voorzien van een studio " woord" en een studio "muziek" van 300 m³. Elke studio werd bediend door een technisch lokaal. Bovendien kon de omroep enkele malen per week beschikken over de grote zaal van de "Emulation" welke een volume had van meer dan 10.000 m³. Deze zaal bezat een groot toneel, waarop een belangrijk orkest kon plaats nemen. Zij was ingericht om 400 toeschouwers toe te laten. De nieuwe studio’s van Luik werden op 28 september 1947 ingewijd. De zender van Luik was verbonden met een antenne van het type "stralende mast" van 60 m hoogte.

De studio’s van Bergen waren tijdelijk geïnstalleerd in de lokalen gelegen Rue du Gouvernement Provisoire. Een bijgebouw van het stadhuis werd ingericht om er de nieuwe studio’s onder te brengen. Dit gebouw werd volledig veranderd om er, buiten de bureaus en de diverse lokalen, een studio voor gesproken woord en een studio voor muziek van 300 m³ in te richten. Een afzonderlijk technisch lokaal is gevoegd bij elk studio. De nieuwe studio’s van Bergen werden op 1 november 1947 geëxploiteerd. De zender te Houdeng werd verbonden met een antenne van het type "stralende mast" van 22 m hoog.

In de provincie Brabant was er geen gewestelijke omroep. Deze zou pas worden opgericht op 1 januari 1967. De studio werd eveneens geïnstalleerd in het omroepgebouw te Elsene.

Van 12 december 1948 werd de antenne van Brussel III ter beschikking gesteld van de gewestelijke omroepen. Acht uur per week werden toegewezen aan Gent en Kortrijk, zes uur aan Antwerpen en Hasselt.

In 1947 zaten de omroepen op de volgende frequenties

Benaming frequentie golflengte taal zender
Gewestelijke omroep Kortrijk (Vichte) 1483 KHz 233,5 m NL 250 W
Gewestelijke omroep Antwerpen (Edegem) 1465 kHz 483,9 m NL 250 W
Gewestelijke omroep Gent (Merelbeke) 1465 KHz 321,9 m NL 250 W
Gewestelijke omroep Hasselt (Hasselt) 1483 KHz 233,5 m NL 250 W
Gewestelijke omroep Luik (Luik) 1140 KHz 345,6 m FR 250 W
Gewestelijke omroep Namen (Tamines) 1492 KHz 200,0 m FR 250 W
Gewestelijke omroep Bergen (Houdeng) 1492 KHz 200,0 m FR 250 W

De uitzendingen van Antwerpen en Gent gebeurden op dezelfde frequentie. De frequentie werd gedeeld tussen de twee omroepen. Gent zond uit tussen 8:00 en 11:55. Antwerpen nam over tussen 12:00 en 20:00. Er was ook een overeenkomst tussen Namen en Bergen die dezelfde frequentie deelden. Er zouden de komende jaren ook worden geschoven met de uitzenduren.

Benaming frequentie golflengte taal zender
Brussel I (INR)-RNB 620 kHz 483,9 m FR Veltem 20 kW
Brussel II (NIR)-BNRO 932 KHz 321,9 m NL Veltem 20 kW
Brussel III (gewestelijke programma's) 1285 KHz 233,5 m FR+NL Veltem 5 kW
Brussel IV 868 KHz 345,6 m FR+D Aye 10 kW
Brussel IVa 1500 KHz 200,0 m   Ruisbroek 250 W

De frequenties en zendsterktes zouden de komende jaren regelmatig worden aangepast zodat Brussel I in Wallonië beter te ontvangen en Brussel II in Vlaanderen. Brussel II verschoof naar 926 kHz op 15 maart 1950. Vooral in Wallonië bleef de ontvangst ondermaats. In het westen van Henegouwen kon men tot 1952 zo goed als niets ontvangen. Brussel III werd versterkt tot 20 kW.

Hier volgen drie bladzijden van het magazine De Radioweek dat werd uitgebracht door het N.I.R. op 28 april 1947:

De Vlaamse uitzendingen

De uitzendingen van de BNRO

De uitzendingen van de gewestelijke omroepen

In 1951 kregen de zenders een andere naam.
Brussel I werd het eerste Franstalig Nationaal Programma.
Brussel II werd het eerste Nederlandstalig Programma.
Brussel III en Brussel IV werden het tweede gewestelijke Nederlandstalig programma en het tweede gewestelijke Franstalig programma / Programma voor de Oostkantons.

NIR - overzicht zenders

Op 1 oktober 1961 werden krachtige zenders FM-zenders geïnstalleerd om het tweede programma te verdelen. In Vlaanderen was dit in Aalter voor Oost- en West Vlaanderen, in Veltem voor Antwerpen en in Genk voor Limburg. De provincie Brabant kon ook luisteren via de zender in Veltem maar kreeg pas een omroep op 1 januari 1967. Door deze investering was de ontvangst in de verste uithoeken van Vlaanderen verzekerd. Omdat de gewestelijke omroepen vanaf toen over gans Vlaanderen konden worden beluisterd, moesten ze zich er op toe leggen dat ze buiten hun regio ook genietbaar moesten zijn.

Pas in 1970 begonnen de gewestelijke omroepen zich te concentreren op de regionale berichtgeving.

up

33 toerenplaten

In het jaarverslag van 1948 staat het volgende vermeld.

Nieuwe platen met zeer dicht bij elkaar liggende groeven en met een lange speelduur verschenen op de Amerikaanse markt. Deze platen, welke "Micro groove" of "Long playing records" genoemd worden, draaien met een snelheid van 33 1/3 toeren per minuut. Zij laten toe dat lange werken gespeeld worden zonder platenverwisseling. Het vergt nochtans bijzonder materieel, daar de druk van de naald uiterst licht moet zijn. Deze platen werden aan proefnemingen onderworpen.

Er kwam dus binnenkort een einde aan het spelen van 78 toeren platen.

up

Luisteronderoek in 1959

In de loop van de maand december 1959 werd met de eerste opiniepeiling bij de abonnees op de Antwerpse Radiodistributie van wal gestoken. 17.700 vragenlijsten werden deels bij de abonnees thuis afgegeven, deels per post aan hun adres verstuurd. 2.052 vragenlijsten, hetzij 11,6% werden beantwoord hetgeen het NIR / BRT voor een geschreven onderzoek als een bevredigend resultaat mag worden beschouwd.

Vraag 5 was: "Indien u het programma van Vlaams Brussel niet beluistert, gaat uw voorkeur dan naar aan andere zender en eventueel welke?

25,17% stemde af op het Nederlandse Hilversum.
12,77% luisterde dan naar het eigen licht programma van de radiodistributie.
9,18% luisterde naar Frans Brussel.
13,56% luisterde hoofdzakelijk Duitsland, Luxemburg en de BBC en in mindere mate naar Europa 1 en Paris Nation.

Hilversum werd voornamelijk beluisterd omdat: 1. de muziek licht, vrolijk, opgewekt en aangenaam is, 2. de programma's op een aangename wijze voorgesteld worden (geestig, pittig, vernuftig), 3. de juiste tijd regelmatig aangekondigd wordt, 4. bijna geen jazz muziek uitgezonden wordt, 5. de berichten vlugger en uitgebreider zijn dan die van het N.l.R.

Hilversum werd vooral geapprecieerd voor de uitzendingen: "Waar voor uw geld", "Moeders wil is wet" en "Arbeidsvitaminen".

Uit de persoonlijke op- of aanmerkingen kon worden afgeleid dat het merendeel der luisteraars was gekant tegen Jazz muziek, klassieke muziek en flauwe liefdesliedjes. Ze vragen vooral opgewekte, melodieuze ontspanningsmuziek. (bron: jaarverslag 1960)

Het was duidelijk dat een volwaardig derde programma nodig was dat in 1961 werd gerealiseerd. Een volwaardig Nederlandstalig derde programma met een eigen directeur kwam er pas in 1974.

up

 

Het derde programma

Op 1 oktober 1961 ontstond het derde programma, in Vlaanderen gebracht in het Nederlands en in Brussel / Wallonië gebracht in het Frans.. Het feit dit programma in Vlaanderen op twee FM-zenders en in Wallonië/Brussel op drie FM-zenders werd gebracht, was een belangrijke gebeurtenis voor de ontwikkeling van de radio in België in 1961.

De motivatie was omdat er met een FM-zender een merkelijk betere ontvangst kon worden bekomen. Het derde programma zou de meesterwerken van de gesproken en instrumentale kunst door de allerbeste vertolkers ten gehore brengen.

Het gesproken gedeelte van de Nederlandse uitzending bestond gedurende de proefperiode van drie maanden uit drie lezingreeksen en drie toneelspelen. Er werd ook gezorgd voor de nodige literaire overgangen tussen de muziekprogramma's in de vorm van gedichten, novellen en andere korte prozafragmenten. Voor de muziekuitvoeringen werd tijdens de proefperiode vooral gebruik gemaakt van langspeelplaten en relais aangeboden door andere radiostations.

Na de proefperiode werden geleidelijk aan eigen producties uitgezonden. De dienst "Ernstige muziek" organiseerde dat jaar onder andere 52 symfonieconcerten en 24 kamerconcerten.

In het begin was er eigenlijk nog geen volwaardig eigen programma. Er was toen ook nog geen aparte directeur voor het derde programma. De Nederlandstalige uitzendingen verliepen dagelijks, enkel 's avonds tussen 20:00 en 22:00. De Franstalige uitzendingen waren te horen tussen 19:00 en 23:00. Op zondag was er een Franstalig namiddagblok tussen 13:15 en 17:45.

In het Administratief Bureau werden de teksten voor praktisch alle gesproken uitzendingen getypt en grotendeels in brochurevorm in de diensten en bij de medewerkers van de uitzendingen verspreid. De administratieve opsteller was belast met het vergaren van de verschillende programma-opgaven, het nazicht van de getypte programma’s en verbetering van drukproeven, de behandeling van de programmawijzigingen en -aanvullingen. In het derde programma werd niet zelden gebruik gemaakt van teksten in verschillende talen waaronder - Middeleeuws Frans en Nederlands. Dit veronderstelde bijzondere kennis bij het dactylografisch personeel. Er moest regelmatig op onderlegde en gespecialiseerde medewerking beroep worden gedaan.

In 1971 was er een tijdelijke inkrimping van de zenduren. Wegens de geringe luisterdichtheid en beperkte financiële middelen werd vanaf 20:00 het programma van BRT 1 en BRT 3 samengevoegd. Het samenvoegen werd in belangrijke mate gecompenseerd door het feit dat de BRT 3-uitzendingen op de werkdagen twee uur vroeger werd aangevangen. Er werd toen namelijk gestart om 12:00 i.p.v. 14:00. Het enige verschil tijdens de avond was dat BRT 3 in stereo uitzond.

Op 16 januari 1974 kreeg BRT 3 een eigen directeur. Het werd de start van een eigen profilering. BRT 3 werd de zender van ernstige muziek en vormende woordprograrnma's. Sinds september 1974 zond BRT 3 elke dag ononderbroken uit van 8:00 tot 23:45 en vanaf toen continu in stereo.

up

Het derde programma in stereo

Op 1 januari 1967 werden de FM-zenders van het derde programma uitgerust met stereocoders. De Europese landen hebben toen het ZENITH GE-systeem aanvaard. De uitzendingen in stereo waren het eerste jaar zeer beperkt. Er werd gestart met het brengen van stereouitzendingen iedere zater-en zondag tussen 17:00 en 19:00. Pas op 1 oktober 1967 werd er 10 uur in stereo uitgezonden op vrijdag-, zaterdag- en zondagavond.

Om in stereo te kunnen uitzenden werden de volgende werken uitgevoerd in het omroepgebouw:
De aanpassing van de elektronische apparatuur van studio 1 en studio 4 om stereoklankopnamen mogelijk te maken.
Het inrichten van een lokaal in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel voor de controle van de stereoklankopnamen tijdens de concerten in het raam van de Koningin Elisabeth-wedstrijd.
Aanpassing van talrijke beluisteringsinstallaties voor stereofonie of aankoop van nieuwe pick-ups en bandopnemers.
Overschakelingsapparatuur om een studio automatisch op de zenders van het eerste of van het derde programma te kunnen aansluiten - afzonderlijk of gelijktijdig. Met deze realisatie wordt beoogd vanuit de studio eenzelfde programma in monofonie naar de zenders van het eerste programma en gelijktijdig in stereofonie naar de zenders van het derde programma door te zenden.

In mei 1967 werd de muziekwedstrijd Koningin Elisabeth voor het eerste rechtstreeks uitgezonden in stereo. Tegelijkertijd liep de uitzending in mono op het eerste programma. In december 1967 werd een opera voor de eerste maal in stereo opgenomen in de Koninklijke Muntschouwburg.

In 1967 waren slechts ongeveer 2/3 van de nieuwe platen in stereo opgenomen. In 1969 werden er ook proeven uitgevoerd met het oog op de stereo-uitzending van luisterspelen. In 1969 werd reeds 20 uur per week in stereo uitgezonden. 1971 werd het jaar van de doorbraak van de stereofonie. 80 % van de eigen muziekopnames gebeurden in stereo, terwijl voor de luisterspelen met beloftevolle experimenten kon begonnen worden.

stereo

BRT 2 is pas gestart met stereouitzendingen op 31 december 1976. Om dit te realiseren kreeg BRT 2 Omroep Brabant de stereostudio nummer 12 van BRT 3. In Oost-Vlaanderen werden op 8 maart 1976 de nieuwe studio's ingewijd aan de Martelaarslaan te Gent. De nieuwe studio's waren allemaal uitgerust met stereoapparatuur.

up

De eerste FM-uitzendingen

Bij wijze van proef werd eveneens in 1947 een FM-zender geïnstalleerd op de 8ste verdieping van het N.I.R.-gebouw. De zender had een vermogen van 1000 Watt en werd ingesteld op 100,10 MHz (golflengte 2,997 m). De antenne bestaande uit twee dipolen gebogen in cirkelvorm, werd geplaatst op de top van de toren, 60 m. boven het grondpeil. Gezien de lage ligging van het gebouw waren de uitzendingen enkel in bepaalde delen van Brussel te ontvangen. In 1952 werd deze zender ingesteld op 98,5 MHz.

De uitzendingen op FM waren in het begin slechts experimenteel. 's Namiddags was er één uur technische uitzending. Zo werd een magnetophoon-opnamecel, zeg maar een bandopnemer, getest. Men stelde vast dat de kwaliteit van de opname veel beter was dan een opname op grammofoon. De weinige luisteraars konden in de loop van de avond genieten van een anderhalf uur durend programma.

In 1960 beschikte de BRT/RTB over twee FM-zenders. De zender in Brussel werd versterkt tot 2000 Watt en zond uit op 95,40 MHz. Het programma op deze zender werd op de volgende manier verdeeld:

Dag Nationaal Frans Programma Nationaal Nederlandstalig Programma Frans gewestelijk programma
Maandag 13:00 - 18:00 20:00 - 23:00 18:00 - 20:00
Dinsdag 18:00 - 23:00 13:00 - 18:00  
Woensdag 18:00 - 23:00 13:00 - 18:00  
Donderdag 13:00 - 18:00 18:00 - 23:00  
Vrijdag 13:00 - 18:00 18:00 - 23:00  
Zaterdag 20:00 - 0:00 13:00 - 18:00 18:00 - 20:00
Zondag 20:00 - 0:00 13:00 - 18:00 18:00 - 20:00

 

In Luik werd eind 1960 eveneens een FM-zender geïnstalleerd die eerst bij wijze van proef Duitstalige programma's uitzond. Het is pas op 1 oktober 1961 dat 12 nieuwe FM-zenders werden geïnstalleerd. Het was ook de start van het vernieuwde derde programma. Hier volgt een lijst van alle FM-zenders.

Plaats frequentie programma Vermogen
Aalter 98,65 MHz eerste 10 kW
Aalter 93,00 MHz tweede 50 kW
Aalter 95,70 MHz derde 10 kW
Veltem 91,20 MHz tweede 50 kW
Veltem 94,70 MHz derde 10 kW
Genk 92,10 MHz tweede 10 kW
Luik 94,50 MHz eerste 10 kW
Luik 90,60 MHz tweede 50 kW
Luik 99,05 MHz derde 10 kW
Luik 94,20 MHz Duits programma 10 kW
Houdeng 87,60 MHz tweede 50 kW
Houdeng 96,10 MHz derde 10 kW
Anlier 91,50 MHz eerste 10 kW
Anlier 97,70 MHz tweede 10 kW
Brussel (*) 95,40 MHz derde 3 kW

(*) zender die als testzender functioneerde op het omroepgebouw te Elsene werd verhuisd naar het Justitiepaleis op 3 januari 1962.

verdeling gewestelijke programma's 1961
Overzicht verdeling gewestelijke programma's in 1961

Vanaf 1 september 1962 werden nieuwe frequenties toegekend. Deze frequenties zijn op de dag van vandaag (2021) nog steeds geldig.

Plaats frequentie programma Vermogen
Aalter 95,70 MHz eerste 10 kW
Aalter 98,60 MHz tweede 50 kW
Aalter 90,40 MHz derde 10 kW
Veltem 93,70 MHz tweede 50 kW
Veltem 91,70 MHz derde 10 kW
Genk 97,90 MHz tweede 10 kW
Luik 88,50 MHz eerste en Duits programma 10 kW
Luik 90,50 MHz tweede 50 kW
Luik 99,50 MHz derde 10 kW
Houdeng 92,30 MHz tweede 50 kW
Houdeng 99,10 MHz derde 10 kW
Anlier 87,60 MHz eerste 10 kW
Anlier 91,50 MHz tweede 10 kW
Brussel 96,10 MHz derde 3 kW

 

De ontvangst van BRT1 werd verbeterd in 1976. Een middengolfzender van 300 kW werd geïnstalleerd in Wolvertem. Men kon toen eindelijk via de middengolf BRT 1 goed ontvangen aan zee. Op 7 april 1976 werd in Genk een nieuwe FM-zender met een vermogen van 10 kW in bedrijf genomen om BRT 1 in Limburg aan te bieden. Aan deze zender werd de frequentie 99,90 MHz toegekend. Ook voor Oost- en West-Vlaanderen verbeterde de ontvangst op 29 oktober 1976. Een zender van 50 kW werd in Veltem in bedrijf gesteld via 91,70 MHz.

up

 

Duitstalige programma's

Op 1 oktober 1945 werd gestart met een radiouitzending gericht op de inwoners van de Oostkantons. De uitzendingen vonden eerst plaats op de middengolf op 267 meter. Dagelijks werd voor hen een programma gemaakt tussen 17:20 en 17:50 op Brussel IV. Het programma bevatte een nieuwsbulletin van 5 tot 10 minuten, 5 minuten Franse les, allerhande kronieken, brieven van luisteraars en een platenprogramma. Om de uitzendingen beter verstaanbaar te maken werd besloten om een FM-zender op te richten gericht naar de Oostkantons. Dit werd gerealiseerd op 1 oktober 1960. Na een proefperiode werden vanaf 1 januari 1961 dagelijks Duitstalige programma's gemaakt tussen 19:00 en 21:00.

Vanaf het moment dat dagelijks 2 uur radio werd gemaakt, steeg de werkdruk met een factor vijf. De middelen om dit te realiseren stegen niet evenredig. Op 1 mei 1961 werden de culturele en de ontspanningsprogramma's gedeeltelijk afgeschaft en vervangen door muziekprogramma's. Desondanks werd het initiatief bij het publiek warm onthaald.

up

 

Zendpark Waver - Overijse (Tombeek)

De oprichting van een nationaal zendcentrum te Waver-Overijse werd door de Raad van Beheer beslist, teneinde de ontvangst van de nationale programma’s te verbeteren en tot gans het Belgisch grondgebied uit te breiden. Dank zij het Plan van Kopenhagen kon het vermogen van de twee nationale zenders - Brussel I voor de Franse programma's en Brussel II voor de Vlaamse programma’s tot 150 kW worden opgevoerd. Het toekomstig centrum werd ook voorzien van twee kortegolfzenders met een vermogen van 100 kW om uitzendingen voor Belgisch Kongo en verschillende werelddelen mogelijk te maken.

Tevens werd elke middengolfzender gekoppeld aan een noodzender van 20 kW. Mocht de hoogspanning van 36.000 Volt uitvallen, dan waren dieselgeneratoren in staat om elektriciteit te leveren aan de noodzenders.

De installatie werd in 1950 begroot op 41,5 miljoen BEF. De toelage van de staat was toen bepaald op 191,82 miljoen BEF. Er was ook nog een overschot van 1949 van 8.395.273,01 BEF

Waver Overijse

In 1952 werd het zendpark in Waver-Overijse in dienst gesteld. Tevens werd de kortegolfzender in Belgisch Congo uitgeschakeld.

schema Waver-Overijse

1. Audiokabels komende van het omroepgebouw te Elsene
2. Commandopost middengolfzenders
3. Zender Brussel I, genaamd Daphné, eveneens gekoppeld aan een noodzender
4. Zender Brussel II, genaamd Elza, eveneens gekoppeld aan een noodzender
5. Middengolfantenne Brussel I, hoogte 245 meter
6. Middengolfantenne Brussel II, hoogte 165 meter
7. Gemeenschappelijke noodantenne voor Brussel I en Brussel II, hoogte 90 meter
8. Commandopost kortegolfzender
9. Kortgolfzender genaamd Oscar
10. Kortegolfzender genaamd Nestor
11. Kortegolfzender genaamd kleine Nestor
12. Antennekoppelaar kortegolf
13 tot 18. Ruitvormige antennes gericht naar Zuid Amerika, Noord Amerika, Vere Oosten, Belgisch Kongo, Noord Europa en Zuid Europa.
19 en 20. Gordijnantennes gericht naar Belgisch Kongo

waver overijse
Middengolfantenne te Waver-Overijse (2005)

waver overijse
Korte golfantenne te Waver-Overijse (2005)

Waver Overijse

In het zendgebouw te Waver-Overijse werd ook een noodstudio gebouwd. Deze werd nooit gebruikt.

Op 20 oktober 1976 verhuisde BRT 1 naar een zendpark in Wolvertem. BRT 1 maakte gebruik van een 300 kW middengolfzender. De ontvangst van BRT 1 was toen stukken beter geworden. s' Avonds kon men BRT 1 met wat geluk zelfs ontvangen in het zuiden van Frankrijk.

up

Over naar de Wetstraat

Begin september 1944 trokken de geallieerden Brussel binnen en vanaf dan kon de B.N.R.O. zijn eerste uitzendingen op Belgisch grondgebied beginnen. Dat de geallieerden België hadden bevrijd, wilde echter niet zeggen dat de vijandelijkheden beëindigd waren. Men kon dus niet zeggen dat er reeds vrede heerste in België en dus bleef B.N.R.O. toen voorlopig nog bestaan.

Er werd een nieuwe wet uitgevaardigd waarin beschreven werd dat men voorlopig de installaties en het materiaal van het N.I.R.-I.N.R. kon blijven gebruiken. Dit N.I.R.-I.N.R. was echter nooit ontbonden en er bestonden op dat ogenblik in feite twee Belgische zenders, waarvan er één door de oorlog op non-actief was gezet. Dit naast elkaar bestaan van de zenders zorgde bij de bevrijding uiteraard voor spanningen omdat er onduidelijkheid bestond over het bestuur en het personeel van beide zenders.

In 1945 werd er dan ook een voorlopige besluitswet uitgevaardigd, die kwam om helderheid te scheppen, maar uiteindelijk voor nog meer verwarring zorgde. Het B.N.R.O. moest worden afgeschaft en dit door het N.I.R.-I.N.R., maar het N.I.R.-I.N.R. moest voortaan uitzendingen verzorgen onder de naam Belgische Nationale Radio Omroep. Door al de onduidelijkheid die ondertussen heerste, kwam het dat de voorlopige naoorlogse situatie uiteindelijk 15 jaar heeft standgehouden

De voorlopige besluitswet van 1945 herstelde de bevoegdheden van het N.I.R.-I.N.R., maar het overheidsmonopolie werd enkel maar verstevigd. Er werd geen beroep meer gedaan op omroepverenigingen en de zendvergunningen van de private zenders werden niet meer vernieuwd. De gewestelijke omroepen kwamen wel in het beheer van het N.I.R.-I.N.R.

Oorspronkelijk kwam er van de bevolking geen tegenkanting tegen het overheidsmonopolie, omwille van de sterke berichtgeving van de BBC tijdens de tweede wereldoorlog. De BBC was natuurlijk het schoolvoorbeeld van een omroep met een overheidsmonopolie. Zelfs de KVRO, die streefde voor een terugkeer van de omroepverenigingen, slaagde er niet de katholieke bevolking te overtuigen. Het overheidsmonopolie begon echter steeds meer en meer uit de hand te lopen. Daar bovenop ging de overheid steeds meer en meer gebruik maken van censuur en volgens sommigen leugenachtige berichtgeving verzorgen. Er was dus nood aan een nieuwe omroepwet, waarin censuur door de overheid streng verboden zou worden.

In 1959 werd het N.I.R.-I.N.R. onder de bevoegdheid van de Minister van Cultuur geplaatst. In 1960 kwam er dan een nieuwe omroepwet die een einde zou maken aan de naoorlogse verwarring. Er was steeds meer vraag naar opsplitsing van de omroep. De wet van 1960 willigde deze vraag naar culturele autonomie in. Er werden twee zendinstituten met elk een raad van bestuur en elk een rechtspersoonlijkheid opgericht: Belgische Radio en Televisie (BRT) en Radiodiffusion Télévison Belge (RTB).

Om de naoorlogse censuur en partijdigheid tegen te gaan werd in de wet beschreven dat de minister van cultuur geen leden van de raad van bestuur meer mocht benoemen en dat hijzelf geen voorzitter mocht zijn. Bovendien waren er in de omroepwet van 1960 een aantal artikels opgenomen waarin duidelijk de belangrijkheid van onpartijdigheid en objectiviteit van de berichtgeving werd benadrukt.

De regering mocht ook pas achteraf de directie ter verantwoording roepen en ze mocht vooral niet meer op voorhand ingrijpen. De verplichting om beroep te doen op de omroepverenigingen werd officieel afgeschaft en reclame was nog steeds verboden. Om de raad van bestuur op te stellen in de jaren '60 kon men nog geen beroep doen op cultuurraden. Daarom werd de raad beurtelings benoemd door de Kamer en de Senaat. De kandidaten mochten voorgedragen worden door provincieraden, universiteiten, academiën en de Hoge Raad voor Volksopleiding. Er werden telkens per uitzendinginstituut acht mensen verkozen. Deze acht gekozenen verkozen op hun beurt nog twee leden zodat elk uitzendinginstituut uiteindelijk tien leden telde. Deze vormden dan samen de Algemene Raad benoemd voor de gemeenschappelijke diensten.

Met de komst van de cultuurraden werd in 1971 de bevoegdheid voor de omroep overgedragen aan deze raden. In de jaren die volgden werden de omroepbevoegdheden steeds meer geregionaliseerd.

up

Radio Nachtegaal

In de jaren 50 doken op de middengolf regelmatig piratenzenders op. Dat was ook het geval in Bekkevoort, waar elektrotechnicus Maurice Laeremans (van War Jak) in het ouderlijk huis in de Robbesrodestraat in de kelder waar de maalmachine stond van zijn vader een zender installeerde. Radio Nachtegaal was geboren. De uitzendingen begonnen steevast met de Koekoekswals en er werden opnames van 'crochet' wedstrijden en verzoekjes uitgezonden. Een inval van de BOB maakte een eind aan dit initiatief. Maurice zou later Radio Express in Bekkevoort en Radio Palermo in Diest oprichten.

up

Radio vanop zee

De NIR had na de oorlog een monopoliepositie verworven in ons land. Particuliere initiatieven waen verboden. Men zocht naar alternatieven om toch radio-uitzendingen te verzorgen. Kon het niet vanop het vaste land, dan probeerde men het vanop zee.... en met succes.

Zeezenders ontstonden omdat het de enige plaats was waar ongemoeid radioprogramma's kon worden gemaakt, zolang men buiten de territoriale wateren bleef. Tijdens de jaren zestig waren er tientallen initiatieven op de Noordzee. Hier volgt een overzicht van de Belgische zeezenders.

up

Georges De Caluwé vanop zee eind 1962

Georges De Caluwe

Georges De Caluwé, de stichter van Radio 't Kerkske kon echter geen vrede nemen met de nieuwe omroepsituatie die zo duidelijk in strijd was met artikel 14 van de Belgische Grondwet. Dit artikel stipuleert dat "de vrijheid om op elk gebied zijn mening te uiten gewaarborgd blijft". Sinds de wet van 18 mei 1960 koesterden de verantwoordelijken van de toenmalige BRT en RTB zich in de "veilige" bescherming van het omroepmonopolie. De BRT (*) en RTB stonden verheven boven alle kritiek en de politici speelden het spel mee uit eigen belang.

Hij wilde kost wat kost terug een radiostation opstarten. Bij de volgende verkiezingen kwam hij op in Antwerpen met een eigen partij. Het belangrijkste streven van de partij was het terugbrengen van Radio 't Kerkske. De overheid bleef echter weigeren om een vergunning toe te kennen.

Op 3 september 1955 begon Georges De Caluwé terug met uitzendingen zonder vergunning maar zijn radiostation werd enkele dagen later opgepakt. De Caluwé stelde vervolgens de regering voor een ultimatum: vrije privé radio of een zendschip voor de Belgische kust. Gezien echter de politiek de kunst is zich van de mensen te bedienen door ze te doen geloven dat men hen dient, werd het ultimatum door de machthebbers verworpen, zogezegd in het algemeen belang.

Op 10 oktober 1962 om 14:25 was het zover. Georges De Caluwé zou alle politieke en gerechtelijke interpretaties ten spijt gebruik maken van het onvervreemdbare recht om zijn mening te uiten. Hij startte de uitzendingen van Radio Antwerpen op het schip Uilenspiegel op de Noordzee kortbij Knokke-Heist. De toen 73-jarige Georges kocht de 585-tonner "Le Crocodile" van de Franse Zeemacht voor 2,5 miljoen BEF (62.500 €). Er werd uitgezonden op de middengolffrequentie 1492 kHz (201m) met 10 kW. De uitzendingen liepen tussen 7:00 en 0:00. Alle programma's werden gepresenteerd in het Nederlands behalve Il y a de la musique dat in het Frans werd verzorgd tussen 16:30 uur en 17:00 uur. Behalve klassieke muziek werd ook aandacht besteed aan de populaire muziek en in de namiddag was er een verzoekprogramma. Radio Antwerpen werd al snel vrij populair bij de Vlaamse luisteraars. De meeste programma's werden vooraf opgenomen in een studio te Edegem. Piet Jager was de programmaleider van het station en onder de presentatoren zaten onder andere Louis Samoy, Terry Brendol, Jos Jansen en Val Leuris Fred Steyn. Regelmatig was Georges live te horen in het middagprogramma Groeten van Uilenspiegel.

Enkele weken later werd er tevens een kortegolfzender in dienst gesteld. De radioprogramma's waren toen ook te beluisteren op de 41 meter band - 7600 kHz. Dit signaal was zelfs hoorbaar tot in Canada.

Luister naar enkele fragmenten

 

 

De Belgische regering was helemaal niet gelukkig met de Vlaamse zeezender. Regelmatig werden de opnames in Edegem gestoord door de gerechtelijke instanties. De medewerkers besloten dan maar om de opnames telkens op een andere plaats te organiseren. De ene bracht dan de bandopnemer mee, de andere de microfoon en draaitafels,...

De Caluwé was ook fier dat zijn radiostation legaal was. Het schip was geregistreerd in Panama en hij betaalde maandelijks de auteursrechten aan SABAM. Alle provisies en bandopnames vertrokken met een boot vanuit Zeebrugge of Blankenberge. Alles werd gecontroleerd door de douane om telkens een exportlicentie te bekomen.

De levensdroom van Georges De Caluwé bleef slechts een goede twee maand in de ether. Op 13 december 1962 ging het niet zo goed met zijn gezondheid. Hij stierf na een heelkundige ingreep te Antwerpen. Zijn dood bespaarde hem ook van de grootste teleurstelling in zijn leven. Op 16 december 1962 woedde er een storm met windkracht 10 tot 11 over de Noordzee. Tijdens de storm brak het anker van de Uilenspiegel. Ook de generatoren vielen uit met als gevolg dat er geen enkel elektrisch apparaat aan boord nog functioneerde. Door het afschieten van vuurpijlen kon de bemanning aandacht trekken van de Engelse ferryboot Suffolk Ferry. De Belgische kustwacht van Oostende stuurde toen onmiddellijk reddingsboten uit. De bemanning sprong naar de reddingsboot. Hierdoor overleed matroos Oscar Vantournhout. Een sleepboot trok de Uilenspiegel tegen de zeestroom in. De sleepkabel brak en diezelfde avond nog liep de Uilenspiegel vast op het Nederlandse strand van Retranchement bij Cadzand, op een paar honderd meter van de grens.

Een paar dagen later, op 18 december 1962 werd de anti-zeezenderwet goedgekeurd. Het werd de Belgen verboden om mee te werken aan radiozenders op zee.

De Nederlandse overheid zat verveeld met het gestrande schip waarop niemand aanspraak wilde maken. Het schip werd snel een toeristische trekpleister. Er kwamen tienduizenden mensen kijken en zelfs een deel van de inboedel werd gestolen. Het schip zakte ieder jaar verder weg in het zand en werd een gevaar voor de wandelaars. In 1971 heeft de Nederlandse overheid dan het schip laten opblazen uit veiligheidsredenen. Het betonnen onderstel liet men liggen en werd bedekt met teer. Het is soms nog zichtbaar bij laag water.


De Uilenspiegel gestrand nabij Cadzand (NL)

Op donderdag 6 oktober 2005 kreeg vrijeradio.be een reactie van Jean-Pierre Lauwers (61). Hij bestudeerde hoofdzakelijk het civiele en militaire gebruik van de radiogeschiedenis in de luchtvaart en onder andere ook met luchtschepen.

Jean Pierre vertelt. Wat de Uilenspiegel betreft: ik heb de ganse geschiedenis meegemaakt vanaf de eerste proefuitzendingen tot de stranding. Ik was een trouwe luisteraar! Vaak heb ik De Caluwé zelf aan het woord gehoord. Hij zond zelf ook 's avonds een speciale editie uit voor de Frans-Vlaamse vrienden luisteraars. Jammer genoeg bezat ik toen geen bandopnemer! Trouwens mijn radiootje van toen was een eigengebouwd 3 transistor dingetje! Primitief, maar het functioneerde! Ik kon daarmee goed zijn zender ontvangen! Bij de proefuitzendingen meende ik dat hij zijn zender zelf Radio Noordzee noemde vanop het schip Uilenspiegel. Voor zover ik me herinner sloeg het schip op drift in een zware storm op de de nacht dat hij stierf als gevolg van een operatie! Vaak heb ik me afgevraagd of er geen opzet in het spel was?

uilenspiegel-cadzand

up

 

BRT 2 na Radio Antwerpen

Hier volgt een nota uit het jaarverslag 1967 geschreven door Jan Briers, toenmalig directeur van BRT 2. Er werd gedacht dat de anti-zeezenderwet uit 1962 een einde zou betekenen aan de zeezenderperiode en de concurrentie van RTL definitief voorbij was. Tevens wordt beschreven welke de sterke punten waren van de gewestelijke zenders.

Jan Briers

Jan Briers

Jan Briers

up

De zeezender Radio Atlantis

Eerder was de Belgische regering al over gegaan tot het bedenken van een anti-Uilenspiegel wet. Het werd de Belgen mee te werken aan radioprojecten vanaf zee. Op 18 december 1962 werd de anti-zeezenderwet goedgekeurd met 123 voor en 35 stemmen tegen. Het verbod was blijkbaar voldoende om gedurende enige tijd radioavonturen vanop de zee te voorkomen.

Het duurde tot 15 juli 1973 vooraleer er een tweede Belgische zeezender opdook. Radio Atlantis begon die dag, stipt om 12.00 uur uit te zenden via een huurzender aan boord van de MV Mi Amigo. Het schip werd eerder gebruikt om de uitzendingen te verzorgen van de Britse zeezender Radio Caroline.

Radio Atlantis
De Voorpost - 14 juli 1973

De eigenaar van Radio Atlantis was de Adegemse zakenman en muziekproducer Adriaan Van Landschoot. Het huurcontract werd niet verlengd omdat Sylvain Tack het schip had overgenomen. Na drie maand kocht Adriaan een eigen schip voor 750.000 dollar die hij omgedoopte tot Jeanine, naar de naam van zijn vrouw.

Hij huurde een zender van de eigenaar van het voormalige REM-eiland. Gerard Van Dam installeerde die zender in het schip. De zender was minder krachtig dan die van Radio Mi Amigo. De omroep was enkel goed te beluisteren in West-Vlaanderen.

Tot overmaat van ramp brak de ankerketting tijdens de proefuitzending. Radio Atlantis staakte de uitzending en het schip werd getrokken naar het Duitse Cuxhaven om de nodige herstelling te laten uitvoeren.

Op 22 december 1973 werd de Mv Jeanine terug verankerd voor de kust van het Belgische Knokke. De dag nadien startten de eerste testuitzendingen van het vernieuwde Radio Atlantis.

Radio Atlantis slaagde er niet in om zijn populariteit terug te winnen. Op 3 maart 1974 werden de luisteraars opgeschrikt als bij het begin van het programma van Tony Houston werd meegedeeld dat het zendschip werd bezet door het "Taal Actie Comité" (TAK). De Engelse bemanning werd opgesloten en de ganse dag werden er tussen de platen door TAK mededelingen gedaan.

De gehuurde zender bleek ook niet één van de beste te zijn. De zender was regelmatig stuk zodat men luisteraars en adverteerders verloor. Een Italiaans radiostation dat via dezelfde frequentie uitzond begon tot overmaat van ramp de Engelstalige nachtuitzendingen te storen. Men besloot over te schakelen naar 312 meter wat trouwens een veel betere frequentie bleek te zijn.

Op 6 juni 1974 brak de ankerketting opnieuw. Het schip dreef af en liep op een zandbank bij Westkapelle. Van Landschoot ging zijn schip zoeken met behulp van een sportvliegtuigje. Ondertussen begon de Belgische justitie moeilijk te doen ten opzichte van de zeezenders. Daarom besloot de Radio Atlantis om vanaf juni 1974 geen reclameboodschappen meer uit te zenden.

Vanaf juni 1974 werd ook een beperkt aantal uren live in het Nederlands vanaf het zendschip uitgezonden door de Nederlandse disk jockeys Peter de Vries (Piet van der Vooren) en Rob Ronder (Alfons Jagtman).

Door een fout in de zender werd op 1 augustus 1974 het 312 meter zendkristal vernietigd en was men verplicht om het 227 meter kristal terug te gebruiken. Daar niemand op de hoogte kon worden gebracht van de frequentiewissel duurde het dagen eer de luisteraars hun favoriete zender terugvonden.

De Belgische anti-piratenwet werd van kracht was. De meeste Vlaamse programma's werden toen op band opgenomen. Dat gebeurde eerst in het Nederlandse Den Haag, daarna in Oostburg. De opgenomen banden werden daarna met een tender naar het schip gebracht.

De Nederlandse anti-piratenwet werd van kracht op 1 september 1974. Men besliste de uitzendingen te staken op 31 augustus 1974. Het zendschip werd de dag daarna naar Vlissingen gesleept waar het door een duizendtal bewonderaars werd verwelkomd.

Op 28 april 1975 werd de Mv Jeanine openbaar verkocht. Nog net voor het schip onder de veilinghamer ging, stalen onbekenden de hele inboedel waaronder de ganse studioapparatuur.

In juni 1980 waagde van Landschoot zich opnieuw in de radio. Toen werd het Radio Atlantis op de FM-band vanuit het Belgische Maldegem met vele Radio Atlantis deejays uit de zeezender-periode. 

Piraten ploegen voort
De Voorpost 23 augustus 1974

up

Radio Mi Amigo

Op 1 januari 1974, startten de officiële uitzendingen van Radio Mi Amigo. Twee dagen eerder kon men de testuitzendingen horen. De man achter dit project was de wafelbakker Sylvain Tack.

Sylvain was zoon van een bakker en begon met twee wafelijzers wafels te bakken. De wafels werden aan de man gebracht op de markt. Het had succes en hij richtte een moderne wafelbakkerij op waar 300 mensen te werk werden gesteld. Het merk Suzywafel werd een begrip.

Paul Severs kwam zich aanbieden om kantoorbediende te worden. Sylvain merkte op dat Paul een goede zanger was en begon hem te promoten. Er werd een studio, platenfirma en muziekuitgeverij opgericht. Om zijn producties en wafelfabriek verder te promoten, wilde hij radio maken. Hij slaagde er in om het zendschip over te nemen waar Radio Atlantis gebruik van maakte.

De DJ's van het eerste uur waren Norbert (voorheen ook op BRT2 te horen en daarna op VBRO), Bert Bennett (Bert Wijfjes), Joop Verhoof en Will van der Steen (Willem Steentjes).

Radio Mi Amigo werd in korte tijd zeer populair in zowel Nederland als België, en zelfs ver daarbuiten. Dit was mede te danken aan de krachtige middengolfzender van 50 kW. Dankzij de goede ontvangst in Nederland drongen ook Vlaamse artiesten in de Nederlandse hitparade door, bijvoorbeeld Ivan Heylen, Joe Harris, Trinity en Octopus.

's Nachts waren programma's in het Engels van Radio Caroline te horen.

Mi Amigo

Mi Amigo

Mi Amigo

Mi Amigo

De luisterdichtheid van de nationale omroepen kregen een forse druk. De Nederlandse Omroep had dit snel begrepen en ging via een hervormde Hilversum III (nu 3FM) resoluut in de tegenaanval. Op enkele jaren ontpopte deze omroep zich met pure ontspanningsmuziek tot een duchtige concurrent in de slag om de grootste luisterdichtheid. Het grootste slachtoffer van deze evolutie werd de toenmalige BRT (nu VRT), die door haar zware bureaucratische structuur er niet in slaagde zich op korte termijn aan te passen. Zelfs een groot deel van Vlaanderen was toen opeens gehecht aan de uitzendingen van Hilversum III.

Toen op 1 september 1974 de anti-zeezenderwet van kracht liep, bleef Radio Mi Amigo verder doen met uitzendingen. Men liet weten dat de uitzendingen verliepen vanuit Spanje, meer bepaald uit Platja d'Aro (Playa d'Aro) gelegen in Catalonië. Dit kwam omdat Spanje toen geen lid was van de Europese Unie en dus het Verdrag van Straatsburg niet had getekend.

Eerst werden nog programma's opgenomen in Sylvain's Suzywafelfabriek, daarna ook nog in Opbrakel, Brugge en Enschede. Omdat dit te gevaarlijk werd, besliste men om een opnamestudio in te richten in Platja d'Aro. De cassettes werden in het geniep naar België vervoerd met een Europabus.

Geheime studio's

1

2

op zoek naar de eigenaar

Mi Amigo ploeg 1976

In de loop van 1976 werden de problemen met het zendschip echter groter. Het schip had al geruime tijd last van lekken en het gebeurde steeds vaker dat de zender enkele dagen uit de ether verdween door problemen met de oliebevoorrading of noodzakelijke herstellingen van de generatoren.

Sylvian Tack kreeg in 1979 van de Spaanse autoriteiten het dringende verzoek de radio-activiteiten op Spaanse bodem te beëindigen omdat het na de dood van dictator Franco lid wilde worden van de Europese Unie. Sylvain trok zich terug omdat er geen alternatief was. Tevens was op dat moment de generator onherstelbaar en was de zender al geruime tijd buiten dienst.

Radio Mi Amigo
Maurice Bokkebroek, Peter van Dam en Bart van Leeuwen.
Onder: artikels uit Joepie, een muziekblad dat ook eigendom was van Sylvain Tack

Joop Verhoof

Bert Bennett

Peter Van Dam

Stan Haag

Op 1 juli 1979 werd Radio Mi Amigo terug opgestart met Adriaan Van Landschoot op het schip Magdalena. Eigenlijk was de opstart veel te snel gebeurd. Niet alleen waren de studio's niet optimaal uitgerust, het schip was feitelijk niet berekend op een permanente ankerpositie bij de Thorntonbank voor de Belgische kust bij Zeebrugge. Het grootste probleem was dat men had nagelaten om de ankerapparatuur geheel te vernieuwen. De boot sloeg met regelmaat van zijn anker. Meer dan drie maanden duurde het hele verhaal niet. Het zendschip Magdalena kwam na diverse rondvaarten over de Noordzee uiteindelijk in de Nederlandse wateren terecht en liep vast op een zandbank. Het was die laatste keer niet gelukt de scheepsmotoren te starten en voor de kust van Goeree werd het op 21 september 1979 in beslag genomen.